A. Opvoeden
Verantwoording Studio BX – Welzijn kind en jongere, keuzevak vmbo
Kolommen
Exporteer
| ⋮⋮Les | ⋮⋮Onderwijsdoelen | ⋮⋮Leerdoelen | ⋮⋮Begrippen | ⋮⋮Portfolio-opdracht |
|---|---|---|---|---|
1. Ontwikkeling | K/ZW/05/01-02 — De kandidaat kan aangeven welke factoren de ontwikkeling kunnen beïnvloeden | Ik kan de verschillende ontwikkelingsfases in het leven van een mens beschrijven.
Ik kan uitleggen hoe cultuur je ontwikkeling kan beïnvloeden.
Ik weet wat interne en externe factoren zijn die je ontwikkeling kunnen beïnvloeden. | Baby
Peuter
Zindelijkheidstraining
Zindelijk
Kleuter
Schoolkind
Groeispurt
Hormonen
Puber
Volwassen
Interne factoren
Externe factoren
Waarde
Norm
Cultuur | Zelfportret |
2. Ontwikkelgebieden | K/ZW/05/01-01 — De kandidaat kan de lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren benoemen
K/ZW/05/03-03 — De kandidaat kan de activiteit uitleggen en voordoen | Ik kan de lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van de mens toelichten.
Ik kan de verschillen uitleggen tussen grove en fijne motoriek. | Consultatiebureau
Vaccinatie
Infectieziekten
Geestelijke ontwikkeling
Ontwikkelingsstoornis
Sociale ontwikkeling
Persoonlijkheid
Temperament
Grove motoriek
Fijne motoriek
Lichamelijke ontwikkeling | |
3. Hoe voeden we op? | K/ZW/05/01-03 — De kandidaat kan opvoedingstechnieken benoemen en toepassen | Ik kan uitleggen wat de verschillende opvoedstijlen zijn.
Ik kan van de opvoedstijlen verschillen en kenmerken benoemen. | Opvoedstijl | |
Doen: Als opvoeden moeilijk is | Folder maken over kindermishandeling | |||
Maken: Tijdlijn van je leven | Maak een tijdlijn van jouw leven! | |||
Doen: Interview over je opvoeding | Interview je ouders over je opvoeding! | |||
B. 0 tot 6 jaar | ||||
1. Baby | K/ZW/05/01-02 — De kandidaat kan aangeven welke factoren de ontwikkeling kunnen beïnvloeden
K/ZW/05/01 — Ondersteunen bij opvoeding en ontwikkeling. | Ik kan uitleggen hoe een baby zich ontwikkelt in de buik.
Ik kan onderscheid maken en voorbeelden geven bij de ontwikkelingsfases van de baby.
Ik kan toelichten wat de reflexen bij een baby zijn.
Ik kan uitleggen wat hechting inhoudt.
Ik kan uitleggen wat eenkennig is. | Embryo
Placenta
Verloskundige
Reflex
Zoek- en zuigreflex
Grijpreflex
Hechting
Eenkennig | |
2. Peuter | K/ZW/05/01-01 — De kandidaat kan de lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren benoemen
K/ZW/05/03-05 — De kandidaat kan de activiteit afronden en evalueren
K/ZW/05/03-03 — De kandidaat kan de activiteit uitleggen en voordoen | Ik kan uitleggen hoe ik ergonomisch kan werken.
Ik kan onderscheid maken en voorbeelden geven bij de ontwikkelingsfases van de peuter.
Ik kan de verschillende spelvormen herkennen.
Ik kan uitleggen wat leren door imiteren inhoudt. | Peuterpuber
Overgevoelig
Allergisch
Eczeem
Imiteren
Kinderdagverblijf
Pedagogisch medewerker
Buitenschoolse opvang
Peuterspeelzaal
Ergonomisch werken | |
3. Kleuter | K/ZW/05/01-01 — De kandidaat kan de lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren benoemen
K/ZW/05/05-01 — De kandidaat kan een dagrapportage invullen | Ik kan onderscheid maken en voorbeelden geven bij de ontwikkelingsfases van de kleuter.
Ik kan uitleggen wat observeren en rapporteren inhouden.
Ik kan uitleggen wat gender is en hoe dat je leven kan beïnvloeden.
Ik kan uitleggen wat de oog-handcoördinatie is. | Observeren
Rapporteren
Oog-handcoördinatie
Gender
Echografie
Transgender | Instructiekaart maken |
Denken: Soms gaat het anders! | ||||
Maken: Levensfaseposter | Maak een levensfaseposter! | |||
Doen: Baby in bad | Doe een baby veilig in bad! | |||
C. 6 tot 18 jaar | ||||
1. Schoolkind | K/ZW/05/01-01 — De kandidaat kan de lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren benoemen | Ik weet hoe ik structuur kan bieden aan een kind en kan uitleggen waarom structuur belangrijk is.
Ik kan onderscheid maken in en voorbeelden geven bij de ontwikkelingsfases van het schoolkind.
Ik weet wat rituelen zijn en kunnen betekenen voor kinderen. | Observeren
Objectief
Subjectief
Abstract denken
Persoonlijkheid | |
2. Tienerjaren | K/ZW/05/02-01 — De kandidaat kan de zelfredzaamheid van het kind of de jongere stimuleren
K/ZW/05/01 — Ondersteunen bij opvoeding en ontwikkeling.
K/ZW/05/01-01 — De kandidaat kan de lichamelijke, geestelijke en sociale ontwikkeling van kinderen en jongeren benoemen | Ik weet wat zelfredzaamheid betekent.
Ik kan het belang van gezonde voeding uitleggen voor de ontwikkeling.
Ik kan voorbeelden noemen in de geestelijke, sociale en lichamelijke ontwikkeling van de tiener. | Generatieconflict
Weerstand
Plannen en organiseren
Geslachtsrijp | |
3. Volwassen | Ik weet wat een goede energiebalans voor de gezondheid kan betekenen.
Ik kan uitleggen hoe beweging van invloed kan zijn op de gezondheid.
Ik kan uitleggen wat de invloed van alcohol en drugs op je hersenen kan zijn. | Jongvolwassen
Energiebalans | ||
Denken: Gender | ||||
Maken: Observeren en rapporteren | K/ZW/05/05-01 — De kandidaat kan een dagrapportage invullen
K/ZW/05/05-02 — De kandidaat kan mondeling rapporteren aan leidinggevende, ouders of verzorgers (in simulatie) | Ik kan een dagrapportage invullen en deze toelichten.
Ik kan mondeling rapporteren aan leidinggevenden, ouders of verzorgers. | ||
Doen: Ontwerp een kamer | ||||
D. Activiteiten | ||||
1. Kiezen van een activiteit | K/ZW/05/03-03 — De kandidaat kan de activiteit uitleggen en voordoen | Ik weet wat brainstormen is en hoe ik dit proces kan toepassen in de ideeënfase.
Ik kan het verschil toelichten tussen drie soorten activiteiten: recreatief, educatief en zelfzorg.
Ik kan de 5 W's en 1 H uitleggen. | Brainstormen
5 W’s en 1 H
Zelfzorgactiviteit | |
2. Voorbereiden activiteit | Ik weet wanneer en hoe ik een draaiboek en begroting gebruik.
Ik kan uitleggen waarom promotie belangrijk is en hoe je promotie inzet voor je activiteiten. | Draaiboek
Chronologische volgorde
Voorbereiding
Uitvoering
Nabespreking
Begroting
Promotie | Begroting invullen
Quad rijden | |
3. Uitvoeren activiteit | K/ZW/05/03-04 — De kandidaat kan bij de uitvoering van de activiteit de deelnemers begeleiden | Ik kan bij de start van een activiteit duidelijk maken wat er van de deelnemers wordt verwacht.
Ik kan de juiste veiligheidsmaatregelen toepassen wanneer ik een activiteit organiseer.
Ik kan evalueren na een activiteit.
Ik kan toelichten wat feedback is en hoe ik feedback kan gebruiken bij de uitvoering van een activiteit. | Evalueren
Kritiek
Feedback | |
Denken: Wat zie jij? | Bedenk activiteiten voor iedereen! | |||
Maken: Kwartetspel(len) | ||||
Doen: Organiseer een activiteit | Maak een creatieve tijdlijn van je leven! | |||
Extra | ||||
LOB: Welzijn kind en jongere | ||||