Schooljaar 2026/2027 Laatst gewijzigd 27-08-2026

Verantwoording NEO/ISK – Burgerschap, taalniveau A1

Kolommen
Exporteer
⋮⋮Les ⋮⋮Onderwijsdoelen ⋮⋮Leerdoelen ⋮⋮Woordenlijst ⋮⋮Portfolio-opdracht
1. Democratische waarden
1. Sorry zeggen
18A.2 — stimuleren van sociale vaardigheden en kritische denkvaardigheden;
Ik weet wanneer ik sorry zeg. Ik kan sorry zeggen. Ik kan zien of iemand blij is.
Ruzie hebben Kapot Menen Spijt hebben
Sorry zeggen
2. Nepnieuws herkennen
18A.1 — aanbieden van kennis en vaardigheden ten aanzien van basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de diverse samenleving, gericht op respectvolle omgang;
Ik weet wat nepnieuws is. Ik weet dat nieuws soms niet klopt. Ik kan twijfelen over nieuws.
Nepnieuws AI Reclame
Nep of echt?
3. Sociale media gebruiken
18A.2 — stimuleren van sociale vaardigheden en kritische denkvaardigheden;
Ik weet wat ik beter niet kan delen. Ik weet wat ik wel kan delen. Ik kan aardig doen op sociale media.
Aardig Onaardig Gemeen Spijt
Aardig blijven op sociale media
2. Democratie en rechtsstaat
1. Vrijheid respecteren
19A.1 — beschrijven van de betekenis van basiswaarden van de democratische rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit;
Ik weet wat vrijheid is. Ik weet dat in Nederland iedereen vrijheid heeft. Ik kan vertellen dat vrijheid soms botst.
Vrijheid Vrije meningsuiting Straf
Een vrije maar aardige mening
2. Evenveel waard zijn
19A.1 — beschrijven van de betekenis van basiswaarden van de democratische rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit;
Ik weet wat gelijkwaardigheid is. Ik weet dat in Nederland iedereen gelijkwaardig is. Ik kan uitleggen wanneer er geen gelijkwaardigheid is.
Gelijkwaardigheid Eerlijk Gelijk Kans Recht Discriminatie
Gelijkwaardigheid voor iedereen
3. Elkaar steunen
19A.1 — beschrijven van de betekenis van basiswaarden van de democratische rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit;
Ik weet wat solidariteit is. Ik weet dat in Nederland solidariteit nodig is. Ik kan uitleggen dat solidariteit belangrijk is.
Solidariteit, solidair zijn Iemand steunen Verbinden (met elkaar) Gebaar Protesteren
Solidair zijn met elkaar
3. Diversiteit
1. Jezelf zijn
19B.1 — beschrijven van aspecten van diversiteit: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid;
Ik weet wat diversiteit is. Ik weet dat mensen anders mogen zijn. Ik kan voor mezelf opkomen.
Uiterlijk Verschil Jezelf zijn LHBTI Verliefd Diversiteit Respect Opkomen voor jezelf
Opkomen voor jezelf
2. Er anders uitzien
19B.1 — beschrijven van aspecten van diversiteit: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid;
Ik weet dat mensen er anders uitzien. Ik weet dat gelijkwaardigheid belangrijk is. Ik kan aardig zijn voor iedereen.
Mening Discriminatie Gelijkwaardigheid Uiterlijk Uniek
Iedereen is anders!
3. Vooroordelen checken
19B.3 — herkennen en benoemen van processen van stereotypering, discriminatie en uitsluiting;
Ik weet hoe ik respectvol kan praten. Ik weet dat het oké is om anders te denken. Ik kan mijn mening bijstellen.
Vooroordeel Mening Feit
Vooroordelen begrijpen
4. Besluiten maken
1. Macht verdelen
20A.1 — beschrijven van onderdelen van de democratische rechtsstaat: machtenscheiding, onafhankelijke rechtspraak en hoe de Grondwet individuen en groepen beschermt;
Ik weet dat er regels zijn voor iedereen. Ik weet wat de regering en volksvertegenwoordigers doen. Ik weet dat de wet mensen beschermt.
Het volk Volksvertegenwoordigers Regering Rechters Wet Macht Uitvoeren Regels maken Regels uitvoeren Rechters besluiten
Machtenspel
2. Samen beslissen
20A.2 — inzicht tonen in processen van inspraak en besluitvorming en welke regels en afspraken daarbij van belang zijn;
Ik weet dat we in een democratie leven. Ik weet dat we samen beslissingen nemen. Ik weet hoe we samen een nieuwe regel maken.
Democratie Stemmen Beslissen
Nieuwe regels voor de klas!
3. Verkiezingen organiseren
20A.3 — ervaringen opdoen met het uitwisselen van standpunten, compromissen sluiten en omgaan met meerderheids- en minderheidsstandpunten;
Ik weet dat mensen mogen stemmen. Ik weet dat stemmen eerlijke kansen geeft. Ik weet hoe ik kan stemmen.
Verkiezing Minister-president Kandidaat Stembiljet Stembus
Verkiezingen in de klas
5. Maatschappelijke betrokkenheid
1. Belangen begrijpen
20B.4 — ervaringen opdoen met verantwoordelijkheid nemen voor en bijdragen aan het welzijn van anderen;
Ik weet wat belangrijk is voor mij. Ik weet wat belangrijk is voor een ander. Ik kan samen met anderen een oplossing vinden.
Belang
C. Belangen delen in gesprek
2. Anderen helpen
20B.2 — onderzoeken van de rol en de impact van maatschappelijke initiatieven, bewegingen en organisaties en de middelen die zij aanwenden om bij te dragen aan de samenleving of veranderingen in de samenleving teweeg te brengen;
Ik weet wat sociaal zijn is. Ik weet dat mensen elkaar helpen. Ik kan iemand helpen.
Sociaal zijn Dakloos Ongelijkheid Stichting Vrijwilligerswerk
Iets moois doen voor een ander
3. Problemen oplossen
20B.1 — beschrijven hoe burgers met taken, rollen, rechten en plichten bijdragen aan de samenleving;
Ik kan uitleggen dat niet iedereen evenveel geld heeft. Ik weet hoe ik slimmer met mijn geld omga. Ik weet waar je hulp kunt krijgen.
Huur Zorg Armoede Oplossing Hergebruiken Duurzaam zijn Tweedehands Hulp Goed doel
Goede doelen in Nederland