Ga naar inhoud
Schooljaar 2026/2027Laatst gewijzigd 09-10-2026

Verantwoording Methode M – Maatschappijleer (vakvernieuwing), vmbo basis

Kolommen
Exporteer

Perspectieven

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Lessen
1. Vraagstukken
A2.3.1 — beredeneren waarom een vraagstuk een maatschappelijk en politiek vraagstuk is; A1.2.2 — inventariseren van mogelijke oorzaken en gevolgen van maatschappelijke en politieke vraagstukken;
Ik kan uitleggen waarom iets een maatschappelijk vraagstuk is. Ik kan beredeneren of een probleem bij de samenleving of politiek hoort. Ik kan een oorzaak en een gevolg van een maatschappelijk vraagstuk noemen.
Maatschappelijk vraagstuk Politiek vraagstuk Oorzaak Gevolg
Oorzaken en gevolgen
2. Standpunten
A1.2.3 — beschrijven van verschillende perspectieven op maatschappelijke en politieke vraagstukken. A2.3.2 — onderzoeken van de context van het vraagstuk en daarbij vakspecifieke begrippen gebruiken; A2.3.3 — beredeneren welke waarden, belangen en machtsmiddelen van betrokken actoren een rol spelen bij het vraagstuk; A2.3.4 — benoemen in hoeverre er bij het vraagstuk sprake is van een frame;
Ik kan vertellen wat verschillende groepen van een maatschappelijk probleem vinden. Ik kan de frames bij een maatschappelijk vraagstuk benoemen. Ik kan bedenken hoe groepen invloed proberen uit te oefenen op een maatschappelijk vraagstuk.
Standpunt Perspectief Belang Waarde Invloed
Standpunten-arena
3. Oplossingen
A2.4.3 — onderzoeken van mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan oplossingsrichtingen binnen het vraagstuk; A2.4.2 — analyseren in welke mate de gewenste oplossingen overeenkomen met belangen, waarden van anderen en het algemeen belang;
Ik kan verschillende oplossingen voor een maatschappelijk vraagstuk benoemen. Ik kan vertellen wat een oplossing voor verschillende groepen betekent. Ik kan kiezen welke oplossing het beste is voor iedereen.
Algemeen belang Compromis
Minderheidscheck
4. Eigen positie
A2.4.1 — inventariseren van de eigen waarden en belangen in relatie tot het vraagstuk; A2.4.3 — onderzoeken van mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan oplossingsrichtingen binnen het vraagstuk;
Ik kan benoemen wat ik belangrijk vind in dit maatschappelijk vraagstuk. Ik kan vertellen wat dit maatschappelijk vraagstuk met mij te maken heeft. Ik kan onderzoeken welke oplossing ik het beste vind en noemen wat ik zelf kan doen.
MaatschappijKompas
5. Vergelijken
A1.2.1 — vergelijken van groepen, samenlevingen en politieke systemen naar tijd en plaats;
Ik kan vergelijken hoe groepen in tijd en plaats omgaan met maatschappelijke vraagstukken. Ik kan samenlevingen vergelijken in tijd en plaats. Ik kan politieke systemen vergelijken in tijd en plaats.
Referentiekader Politiek systeem Democratie Dictatuur
Vergelijken
6. Toekomst in beeld
A3.5.2 — oriënteren op sectoren, beroepen en vervolgopleidingen waarin kennis en vaardigheden van maatschappijleer een rol kunnen spelen; A3.5.4 — reflecteren op opgedane ervaringen, als dat relevant is voor de eigen oriëntatie op studie en beroep.
Ik kan ontdekken welke opleidingen en beroepen met maatschappijleer te maken hebben. Ik kan door activiteiten ontdekken welke interesses, kwaliteiten en mogelijkheden ik heb. Ik kan onderzoeken waar ik informatie over een opleiding of beroep kan vinden.
Welke mbo-opleiding of welk beroep past bij mij?
Werkvormen
Het Carrouseldebat
Voer een carrouseldebat
Het Vissenkomdebat
Voer een Vissenkomdebat
Het Luchtballondebat
Voer een Luchtballondebat
Het Lagerhuisdebat
Voer een Lagerhuisdebat
Het Brillendebat
Voer een Brillendebat
De debat-battle
Voer een debat-battle
Debatteren: Dienstplicht
Debatteren
Debatteren: Sociale media
Debatteren
Perspectieven: Online gokken (standpunten)
Debatteren
Perspectieven: Algoritmes (oplossingen)
Burgerberaad
Perspectieven: Manosphere (Eigen positie)
Post-it Perspectief
Brillendebat (standpunten)
Voer een Brillendebat
Lagerhuisdebat (standpunten)
Voer een Lagerhuisdebat
Pitch (oplossingen)
Oplossingenpitch
Blind Beslissen (oplossingen)
Blind beslissen
Cirkel van invloed (eigen positie)
Cirkel van invloed
Placematdiscussie (eigen positie)
Placematdiscussie
Perspectieven: American Dream (verschillen)
Vergelijken

Identiteit

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Lessen
1. Wie vormt jou?
C2.11.1 — uitleggen hoe socialisatie verloopt en welke actoren daar een rol in spelen; B1.6.1 — uitleggen wat waarden voor mensen kunnen betekenen; C2.11.2 — beschrijven hoe socialisatie leidt tot verschillen tussen mensen; C2.11.3 — uitleggen hoe socialisatie kan leiden tot vooroordelen en botsingen tussen groepen. C4.16.3 — verkennen hoe verschillende opvattingen naast elkaar kunnen bestaan;
Ik kan vertellen hoe opvoeding werkt. Ik kan noemen van wie ik dingen leer (bijvoorbeeld ouders, vrienden of school). Ik kan vertellen wat ik belangrijk vind.
2. Normaal
C2.11.2 — beschrijven hoe socialisatie leidt tot verschillen tussen mensen; B1.6.3 — benoemen van spanningen tussen en binnen waarden; B1.6.1 — uitleggen wat waarden voor mensen kunnen betekenen; B1.6.4 — afwegen welke waarden en normen belangrijk zijn in een concrete situatie. C4.16.4 — mogelijkheden verkennen voor het vreedzaam omgaan met verschillen en conflicten;
Ik kan uitleggen hoe verschillende waarden met elkaar kunnen botsen. Ik kan uitleggen hoe binnen één waarde spanning kan ontstaan. Ik kan kiezen wat ik belangrijk vind in een situatie en vertellen waarom.
3. Verschillen
C2.11.2 — beschrijven hoe socialisatie leidt tot verschillen tussen mensen; C2.11.1 — uitleggen hoe socialisatie verloopt en welke actoren daar een rol in spelen; B1.6.2 — vergelijken van waarden bij de inrichting van het persoonlijke en maatschappelijke leven;
Ik kan beschrijven hoe mijn omgeving en mijn persoonlijkheid invloed hebben op wat ik doe. Ik kan beschrijven hoe mijn omgeving en persoonlijkheid invloed hebben op wie ik ben. Ik kan in een situatie herkennen wat iemand belangrijk vindt bij een keuze.
4. Hokjesdenken
C2.11.3 — uitleggen hoe socialisatie kan leiden tot vooroordelen en botsingen tussen groepen. B1.6.3 — benoemen van spanningen tussen en binnen waarden; C4.16.3 — verkennen hoe verschillende opvattingen naast elkaar kunnen bestaan;
Ik kan vertellen hoe wat mensen leren invloed heeft op wat zij van anderen verwachten. Ik kan uitleggen hoe vooroordelen kunnen leiden tot conflicten tussen groepen. Ik kan bij een conflict tussen groepen begrijpen welke waarden botsen.
5. Cultuur om je heen
C2.12.1 — vergelijken van culturen op basis van kenmerken, waarden en normen; C2.12.2 — onderscheiden van dominante culturen en subculturen; C2.12.1 — bespreken hoe verschillende kenmerken van dominante culturen en van subculturen jezelf beïnvloeden; A1.2.1 — vergelijken van groepen, samenlevingen en politieke systemen naar tijd en plaats;
Ik kan culturen vergelijken op basis van kenmerken, waarden en normen. Ik kan verschillen benoemen tussen een dominante cultuur en een subcultuur. Ik kan bespreken welke betekenis mensen geven aan hun eigen cultuur of subcultuur.
6. Samen online
C3.15.3 — uitleggen dat framing en selectie van informatie van invloed zijn op berichtgeving en beeldvorming; C3.15.2 — benoemen van mogelijkheden en risico’s van online omgevingen voor identiteitsontwikkeling en privacy; C3.15.4 — benoemen van invloed die AI heeft op de samenleving.
Ik kan uitleggen dat media berichten op verschillende manieren laten zien. Ik kan benoemen welke kansen en risico's er online zijn. Ik kan uitleggen hoe de belangen van mediaorganisaties invloed hebben op hun berichtgeving.
Vraagstukken
1. TikTok-challenge
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. Deepfake
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. Familievloggers / Finfluencers
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Regenboogvlag
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Paarse vrijdag
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Prideweek / Aanslag Berlijn
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Voetballers als rolmodel
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Lookbook
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Disney / color-blind casting
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Verschillen thuis
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Vrouwenvoetbal
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Tradwives / Vrouwenrechten Afghanistan
Leerdoelen nog niet vastgesteld.

Sociale ongelijkheid

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Lessen
1. Binding
C3.13.1 — uitleggen wat het belang van sociale cohesie is voor individuen, groepen en samenleving;
Ik kan uitleggen waarom mensen anders kunnen denken over sociale cohesie. Ik kan voorbeelden geven waarom sociale cohesie belangrijk is voor mensen, groepen en de samenleving. Ik kan vertellen wat sociale cohesie voor mij betekent.
2. Wij en zij
C3.13.1 — uitleggen wat het belang van sociale cohesie is voor individuen, groepen en samenleving; C3.13.2 — uitleggen wat de mogelijke gevolgen zijn van een tekort aan sociale cohesie;
Ik kan uitleggen wat sociale cohesie doet met een samenleving. Ik kan uitleggen hoe processen van in- en uitsluiting werken bij groepsvorming. Ik kan uitleggen waarom een hechte groep soms tegen een andere groep is.
3. Kansen en kapitaal
C3.14.2 — beschrijven van gevolgen van sociale ongelijkheid op het gebied van welvaart en welzijn; E3.27.2 — uitleggen in hoeverre markt, overheid en burger verantwoordelijk kunnen zijn om welvaart en welzijn te bevorderen. C4.16.1 — deelnemen aan gesprekken en situaties waarin mensen die van hen of van elkaar verschillen met elkaar in interactie zijn;
Ik kan uitleggen hoe verschillen tussen mensen kunnen leiden tot ongelijke kansen. Ik kan benoemen waarom de ene groep meer kansen en mogelijkheden heeft dan de andere groep. Ik kan reflecteren op wat welvaart, welzijn en rechtvaardigheid met elkaar te maken hebben.
4. Sociale ongelijkheid
C3.14.2 — beschrijven van gevolgen van sociale ongelijkheid op het gebied van welvaart en welzijn; C4.16.2 — ervaringen opdoen met verschillende belevingswerelden, achtergronden en oriëntaties;
Ik kan beschrijven waarom niet iedereen in Nederland en andere landen evenveel inkomen, opleiding, gezondheid en kansen heeft. Ik kan uitleggen welke gevolgen sociale ongelijkheid heeft voor de welvaart van mensen. Ik kan begrijpen welke gevolgen sociale ongelijkheid heeft voor het welzijn van mensen.
5. Wie is verantwoordelijk?
C3.14.3 — uitleggen welke rol actoren kunnen spelen bij het verminderen of vergroten van sociale ongelijkheid. C3.14.2 — beschrijven van gevolgen van sociale ongelijkheid op het gebied van welvaart en welzijn; E3.27.1 — benoemen van het dilemma tussen individuele en collectieve verantwoordelijkheid voor welvaart en welzijn;
Ik kan uitleggen hoe mensen en organisaties invloed hebben op sociale ongelijkheid. Ik kan benoemen hoe mensen verschillend kunnen denken over verantwoordelijkheid voor welvaart en welzijn. Ik kan verschillende perspectieven beschrijven over wie verantwoordelijk is voor welvaart en welzijn.
6. Beeld van ongelijkheid
C3.15.1 — uitleggen dat media en digitale technologie invloed hebben op sociale cohesie en sociale verschillen; C3.15.4 — benoemen van invloed die AI heeft op de samenleving. C3.13.3 — inventariseren van mogelijkheden om sociale cohesie te beïnvloeden.
Ik kan uitleggen hoe sociale media en digitale technologie mensen kunnen beïnvloeden. Ik kan uitleggen wat de invloed is van AI op de samenleving. Ik kan uitleggen waarom digitale technologie en AI de verschillen tussen mensen groter kunnen maken.
Vraagstukken
1. Gratis lunch
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. Schoolzwemmen
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. Selectie
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Energiedrank
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Energiedrank
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Eigen risico
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Sociale zekerheid
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Sociale zekerheid
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Sociale zekerheid
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Locatie
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Locatie
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Locatie
Leerdoelen nog niet vastgesteld.

Rechtsstaat

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Lessen
1. Recht voor jou
B1.9.3 — evalueren hoe recht conflicten reguleert tussen overheid en burgers en burgers onderling. E2.26.1 — benoemen van bedreigingen voor de democratische rechtsstaat; E4.29.3 — afwegen hoe eigen waarden, belangen en die van anderen in zulke situaties een rol spelen;
Ik kan uitleggen wat een rechtsstaat is. Ik kan beoordelen of regels en wetten goed helpen bij het oplossen van conflicten. Ik kan bedenken wat ik kan doen om voor mijn rechten of die van anderen op te komen.
Rechtsstaat Rechten Plichten
Jouw rechten bij een bijbaan
2. Grondrechten
B1.8.1 — benoemen hoe de basiswaarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit terugkomen in mensenrechten; B1.8.2 — benoemen van verschillen tussen klassieke en sociale grondrechten; B1.8.3 — uitleggen dat grondrechten bedoeld zijn om willekeur en machtsmisbruik door de overheid tegen te gaan. E4.29.1 — oriënteren op situaties waarin mogelijk onrecht, ongelijkheid of onvrijheid wordt ervaren;
Ik kan de verschillen tussen klassieke en sociale grondrechten benoemen. Ik kan uitleggen hoe grondrechten ervoor zorgen dat de overheid niet alles mag doen. Ik kan uitleggen hoe vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit terugkomen in mensenrechten.
3. Macht verdeeld
D2.18.2 — uitleggen hoe de machtenscheiding werkt; B1.9.2 — benoemen hoe de basiswaarden vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit terugkomen binnen wetten, machtenscheiding en de rechtsstaat;
Ik kan uitleggen hoe de machtenscheiding werkt. Ik kan voorbeelden geven van vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit. Ik kan benoemen hoe wetten zorgen voor vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit.
4. Veiligheid of vrijheid?
E2.25.1 — uitleggen wat rechtsbescherming en rechtshandhaving inhouden; E2.25.2 — benoemen of er sprake is van rechtsbescherming of rechtshandhaving in voorbeelden van overheidsoptreden;
Ik kan vertellen hoe de overheid regels controleert en mensen beschermt. Ik kan noemen wat belangrijk is bij het controleren van regels en het beschermen van mensen. Ik kan vertellen wat burgers merken van het optreden van de overheid.
5. Opsporing: OM
D2.18.2 — uitleggen hoe de machtenscheiding werkt; E2.25.3 — morele en ethische vragen stellen bij voorbeelden van rechtsbeschermend of rechtshandhavend overheidsoptreden. E4.29.2 — verkennen hoe mensen situaties waarin mogelijk onrecht, ongelijkheid of onvrijheid wordt ervaren, beleven en duiden;
Ik kan uitleggen wanneer de overheid geweld mag gebruiken. Ik kan vragen stellen over de keuzes van het Openbaar Ministerie. Ik kan beoordelen of de politie en het Openbaar Ministerie dwang mogen gebruiken.
6. Rechtszaak
E2.26.1 — benoemen van bedreigingen voor de democratische rechtsstaat; E4.29.5 — reflecteren op de eigen ervaring en het eigen handelen in situaties waarin onrecht wordt ervaren.
Ik kan uitleggen hoe de rechtspraak in Nederland werkt. Ik kan uitleggen hoe een strafrechtszaak werkt in Nederland. Ik kan benoemen over wat de rechtspraak in Nederland kan bedreigen.
Voorbereiden toets
Vraagstukken
1. Taakstraf
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. Hel of hotel?
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. Levenslang? (havo)
Ik kan uitleggen wat de doelen van straffen zijn.
Voer een Lagerhuisdebat
2. Kantonrechter
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Spreekrecht
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Klassenjustitie (havo)
Ik kan herkennen hoe een vooroordeel het oordeel van een rechter kan beïnvloeden.
Oplossingenpitch
3. Schelden met kanker
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Artikel 1
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. TBS (vwo)
Ik kan uitleggen wat de doelen van straffen zijn.
Voer een Lagerhuisdebat
4. Hoe crimineel is jouw woonplaats?
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Brabant drugslab
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Trial by media (vwo)
Ik kan herkennen hoe een vooroordeel het oordeel van een rechter kan beïnvloeden.
Oplossingenpitch

Politiek

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Lessen
1. Democratie?
B1.7.2 — onderzoeken hoe de basiswaarden van de democratische rechtsstaat zich tot elkaar en tot andere waarden verhouden; B1.7.1 — uitleggen dat vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit terugkomen in de democratische rechtsstaat; D2.19.1 — vergelijken van democratische en niet-democratische staten; A1.2.1 — vergelijken van groepen, samenlevingen en politieke systemen naar tijd en plaats;
Ik kan uitleggen wat democratische waarden zijn. Ik kan democratische en niet democratische staten vergelijken. Ik kan beschrijven hoe ik deel kan nemen aan een verkiezing.
2. Nederland
D2.19.2 — benoemen van verschillen tussen een constitutionele monarchie en een republiek; D2.19.3 — verkennen in welke mate Nederland aan democratische kenmerken voldoet;
Ik kan benoemen wat de kenmerken van een constitutionele monarchie zijn. Ik kan uitleggen wat de verschillen zijn tussen een parlementair en een presidentieel stelsel. Ik kan verkennen hoe de Nederlandse politiek werkt aan de hand van de kenmerken van een democratie.
3. Stromingen
D3.22.2 — onderscheiden van conservatieve en progressieve standpunten; D3.22.3 — onderscheiden van linkse en rechtse standpunten; D3.22.4 — uitleggen welke politieke stromingen er zijn en of er in de standpunten van een politieke partij de politieke stroming herkenbaar zijn. B1.7.2 — onderzoeken hoe de basiswaarden van de democratische rechtsstaat zich tot elkaar en tot andere waarden verhouden; B1.7.3 — aantonen van spanningen die tussen basiswaarden van de democratische rechtsstaat kunnen ontstaan. D4.23.4 — afwegen hoe eigen belangen, waarden en opvattingen zich verhouden tot die van anderen en het collectieve belang;
Ik kan standpunten van politieke partijen koppelen aan politieke ideologieën. Ik kan uitleggen wat de belangrijkste kenmerken van verschillende politieke ideologieën zijn. Ik kan onderzoeken en uitleggen hoe politieke ideologieën verschillend denken over waarden zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit.
4. Partijen
D3.22.2 — onderscheiden van conservatieve en progressieve standpunten; D3.22.3 — onderscheiden van linkse en rechtse standpunten; D3.22.4 — uitleggen welke politieke stromingen er zijn en of er in de standpunten van een politieke partij de politieke stroming herkenbaar zijn. D3.22.1 — uitleggen wat de kenmerken van een politieke partij zijn;
Ik kan uitleggen wat de verschillende functies van politieke partijen zijn. Ik kan politieke standpunten indelen op basis van verschillende politieke dimensies. Ik kan beoordelen welke politieke partijen samen een coalitie kunnen vormen op basis van hun uitgangspunten.
5. Parlement
Ik kan uitleggen wat de taken van de volksvertegenwoordiging op alle bestuursniveaus zijn. Ik kan uitleggen hoe wet- en regelgeving tot stand komt. Ik kan onderscheiden wat de coalitie en de oppositie doet.
6. Regering
Ik kan uitleggen wat de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur zijn. Ik kan uitleggen hoe een wet tot stand komt. Ik kan mijn mening geven over waarom compromissen belangrijk zijn bij besluitvorming.
Vraagstukken
1. Demonstratie
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. Monarchie
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. Waardering democratie
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Links of rechts?
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Kiesdrempel
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Populisme
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. ANWB
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. LAKS
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Farmers Defence Force / Extinction Rebellion
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Raadslid
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Gekozen burgemeester
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. België / Toekomst democratie in de wereld
Leerdoelen nog niet vastgesteld.

Macht en invloed

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Lessen
1. Macht in een vraagstuk
Ik kan uitleggen wat macht is. Ik kan vergelijken welke machtsmiddelen er zijn. Ik kan verschillende belangen tegen elkaar afwegen.
2. Invloed op beleid
Ik kan uitleggen hoe burgers invloed kunnen hebben op de overheid. Ik kan benoemen op welke manieren burgers de overheid kunnen controleren. Ik kan bedenken hoe ik zelf invloed kan hebben op beslissingen in mijn gemeente.
3. Media maken het vraagstuk
Ik kan uitleggen hoe media, mensen en politiek elkaar beïnvloeden. Ik kan uitleggen hoe sociale media en digitalisering invloed hebben op waar de politiek over praat. Ik kan uitleggen hoe media invloed hebben op wat mensen denken en welke keuzes de politiek maakt.
4. Online beïnvloeding
Ik kan uitleggen hoe media bepalen welke onderwerpen aandacht krijgen. Ik kan uitleggen hoe algoritmes invloed hebben op wat mensen denken. Ik kan beschrijven hoe en waarom burgers en politici sociale media gebruiken bij maatschappelijke onderwerpen.
5. Wereldvraagstukken
Ik kan uitleggen wat internationale vraagstukken zijn. Ik kan voorbeelden geven van internationale vraagstukken die invloed hebben op Nederland. Ik kan reflecteren op hoe internationale vraagstukken invloed hebben op mijn leven.
6. Wereldhandel
Ik kan uitleggen wat een rechtvaardige keuze is als ik iets koop. Ik kan benoemen hoe grote bedrijven invloed hebben op de wereldhandel. Ik kan nadenken over wat grote bedrijven kunnen doen om de wereldhandel eerlijker te maken.
Vraagstukken
1. Veiligheid Temu
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. Dropshipping
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
1. Temu / Made in China
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. Ter Appel
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. AZC
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
2. COA / Migratiepact
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Ouderlijk toezicht online
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Data achterlaten online
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
3. Darkweb / Techgiganten
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Voedselbank
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. Tabaksindustrie
Leerdoelen nog niet vastgesteld.
4. NAVO / VN
Leerdoelen nog niet vastgesteld.