Ga naar inhoud
Schooljaar 2026/2027Laatst gewijzigd 16-10-2026

Verantwoording Methode M – Maatschappijleer, vmbo basis

Kolommen
Exporteer

Vraagstukken

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. Vraagstuk herkennen
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen; ML2/K/3/3c — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot de principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijkunde herkennen in een tekst over een maatschappelijk vraagstuk of verschi
Weten wat een maatschappelijk vraagstuk is. Uitleggen of een probleem ook een maatschappelijk vraagstuk is.
2. Argumenten bedenken
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven. ML2/K/3/3d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven.
Weten wat een standpunt is en wat argumenten zijn. Uitleggen hoe je een standpunt kunt innemen met behulp van argumenten.
Oefenen met argumenteren
3. Analyseren
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven. ML2/K/3/3d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven.
Uitleggen hoe je een maatschappelijk vraagstuk kunt analyseren.
4. Invalshoeken
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven. ML2/K/3/3d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven.
Weten wat de invalshoeken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Uitleggen hoe je deze invalshoeken kunt toepassen bij een analyse.
Analyses
Analyse: Femicide
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven. ML2/K/3/3d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven.
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten.
Analyse: AI
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen;
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten.
Analyse: Code Rood
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen;
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Een standpunt geven en daarbij een eenvoudig argument bedenken.
Analyse: Knokke(n)
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven. ML2/K/3/3d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven.
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Een standpunt geven en daarbij een eenvoudig argument bedenken.

Samenleving

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. De maatschappij
ML1/K/5/6b — De kandidaat kan voorbeelden geven van belangen van mensen in een bepaalde maatschappelijke positie en van conflicten die daarmee samenhangen ML1/K/6/9b — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen hoe regels het samenleven van mensen mogelijk maken
Uitleggen waarom er regels nodig zijn in de samenleving. Weten wat waarden en normen zijn en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Weten wat belangen zijn en wat een belangentegenstelling is en hierbij voorbeelden kunnen noemen.
Waarden Belangen Normen Belangentegenstelling
2. Socialisatie
ML1/K/4/4a — De kandidaat kan beschrijven hoe een mens zich ontwikkelt tot lid van de samenleving ML1/K/4/4c — De kandidaat kan de rol van onderwijs beschrijven in de ontwikkeling van een mens als lid van de samenleving.
Uitleggen of een eigenschap aangeboren of aangeleerd is. Uitleggen wat socialisatie is.
Aangeboren eigenschappen Aangeleerde eigenschappen Socialisatie
3. Cultuur
ML1/K/4/4b — De kandidaat kan uitleggen dat mensen bij een subcultuur (willen) horen en dat elke subcultuur invloed heeft op het gedrag
Weten wat cultuur is en hierbij voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen waarom mensen bij een (sub)cultuur willen horen.
Cultuur Gewoonten Feestdagen Tradities Dominante cultuur Subcultuur
4. Multiculturele samenleving
1.4 het functioneren als democratisch burger in een multiculturele samenleving, ook in internationaal verband.
Uitleggen dat Nederland een multiculturele samenleving is. Weten waarom mensen naar Nederland toe komen. Uitleggen welke rol de overheid heeft bij integratie.
Multiculturele samenleving Migranten Integreren
5. Sociale ongelijkheid
ML1/K/5/6a — De kandidaat kan met voorbeelden beschrijven wat sociale verschillen zijn en hoe die veroorzaakt worden, en beschrijven hoe de plaats van een mens op de maatschappelijke ladder kan veranderen ML1/K/5/6c — De kandidaat kan maatregelen van de overheid ten aanzien van sociale ongelijkheid noemen.
Weten wat sociale ongelijkheid is. Uitleggen wat vooroordelen zijn en hoe deze voor discriminatie kunnen zorgen. Weten wat minderheidsgroepen zijn en hiervan voorbeelden kunnen noemen.
Sociale ongelijkheid Kansarm Kansrijk Vooroordelen Discriminatie
6. Gelijke kansen
ML1/K/7/10c — De kandidaat kan voorbeelden noemen van vooroordelen en discriminatie, beschrijven hoe deze ontstaan en aangeven wat er tegen te doen is
Weten wat een maatschappelijke positie is. Uitleggen hoe iemand kan veranderen van maatschappelijke positie. Weten wat de overheid doet aan het tegengaan van sociale ongelijkheid.
Maatschappelijke positie
Praktische opdrachten
Analyse: Etnisch profileren
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven.
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten.
Kijken: Het Grote Hokjesexperiment
ML1/K/7/10c — De kandidaat kan voorbeelden noemen van vooroordelen en discriminatie, beschrijven hoe deze ontstaan en aangeven wat er tegen te doen is
Uitleggen wat vooroordelen zijn. Uitleggen hoe vooroordelen discriminatie veroorzaken. Uitleggen welke invloed vooroordelen hebben op mensen waar veel vooroordelen over zijn.
Maken: Culturenkalender
ML1/K/4/4b — De kandidaat kan uitleggen dat mensen bij een subcultuur (willen) horen en dat elke subcultuur invloed heeft op het gedrag
Uitleggen dat iedere cultuur andere cultuurkenmerken heeft.
Doen: Oma/opa, mam/pap en jij?
ML1/K/4/5b — De kandidaat kan uitleggen dat mensen bij een subcultuur (willen) horen en dat elke subcultuur invloed heefet op het gedrag en socialisatieproces;
Uitleggen dat iedere generatie een ander socialisatieproces heeft.

Politiek

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. Wat is politiek?
ML1/K/6/8a — De kandidaat kan vormen van macht herkennen
Weten wat politiek is. Weten hoe de macht in Nederland is verdeeld. Uitleggen dat de Grondwet belangrijk is voor een rechtsstaat.
Politiek Grondwet Rechten Plichten Rechtsstaat
2. Democratie
ML1/K/6/8c — De kandidaat kan beschrijven welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen.
Weten welke rol burgers spelen in een democratie. Weten wat een parlementaire democratie is. Uitleggen wat het verschil is tussen een persoonlijk en algemeen belang.
Politieke besluitvorming Volksvertegenwoordiger Parlementaire democratie Algemeen belang Tweede Kamer
3. Politieke partijen
ML1/K/6/8c — De kandidaat kan beschrijven welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen.
Weten wat een politieke partij is en hiervan enkele voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen hoe we politieke partijen indelen op politieke richting en de rol van de overheid.
Politieke partij Progressief Conservatief Links Rechts
4. Kabinet en parlement
ML1/K/6/8c — De kandidaat kan beschrijven welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen.
Weten wat de taken van het kabinet zijn en hiervan enkele voorbeelden kunnen noemen. Weten wat de taken van de Tweede Kamer zijn. Uitleggen waarom het kabinet het parlement nodig heeft.
Kabinet Ministers Staatssecretarissen Parlement Minister-president Ambtenaren
5. Hoe komt een wet tot stand?
ML1/K/6/8c — De kandidaat kan beschrijven welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen.
Uitleggen hoe we in Nederland regels en wetten maken. Uitleggen waarom er in Nederland vaak compromissen nodig zijn.
Compromis
6. Invloed op de politiek
ML1/K/6/9c — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen, herkennen en toelichten.
Weten hoe mensen in Nederland invloed kunnen uitoefenen op de besluitvorming. Weten wat belangengroepen zijn en hiervan voorbeelden kunnen noemen.
Lobbyen
Praktische opdrachten
Analyse: Klimaatverandering
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven.
Weten wat de kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Uitleggen waarom de overheid maatregelen neemt tegen klimaatverandering. Uitleggen wat jij vindt dat de overheid moet doen tegen klimaatverandering.
Kijken: Nederland Polderland
Uitleggen uit welke fases het politieke besluitvormingsproces bestaat. Weten wat een compromis is. Toelichten dat politici niet altijd hun beloften kunnen nakomen.
Maken: Partijenkwartet
Uitleggen hoe we politieke partijen indelen op politieke richting.
Doen: Je eigen partij
Uitleggen hoe we politieke partijen indelen op links/rechts en progressief/conservatief. Uitleggen dat politieke partijen mensen proberen te overtuigen van hun standpunten.

Perspectieven

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. Vraagstukken
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen; ML2/K/3/3c — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot de principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijkunde herkennen in een tekst over een maatschappelijk vraagstuk of verschi
Ik kan uitleggen waarom iets een maatschappelijk vraagstuk is. Ik kan beredeneren of een probleem bij de samenleving of politiek hoort. Ik kan een oorzaak en een gevolg van een maatschappelijk vraagstuk noemen.
Maatschappelijk vraagstuk Politiek vraagstuk Oorzaak Gevolg
Oorzaken en gevolgen
2. Standpunten
Ik kan vertellen wat verschillende groepen van een maatschappelijk probleem vinden. Ik kan de frames bij een maatschappelijk vraagstuk benoemen. Ik kan bedenken hoe groepen invloed proberen uit te oefenen op een maatschappelijk vraagstuk.
Standpunt Perspectief Belang Waarde Invloed
Standpunten-arena
3. Oplossingen
Ik kan verschillende oplossingen voor een maatschappelijk vraagstuk benoemen. Ik kan vertellen wat een oplossing voor verschillende groepen betekent. Ik kan kiezen welke oplossing het beste is voor iedereen.
Algemeen belang Compromis
Minderheidscheck
4. Eigen positie
Ik kan benoemen wat ik belangrijk vind in dit maatschappelijk vraagstuk. Ik kan vertellen wat dit maatschappelijk vraagstuk met mij te maken heeft. Ik kan onderzoeken welke oplossing ik het beste vind en noemen wat ik zelf kan doen.
MaatschappijKompas
5. Vergelijken
ML1/K/7/10c — De kandidaat kan voorbeelden noemen van vooroordelen en discriminatie, beschrijven hoe deze ontstaan en aangeven wat er tegen te doen is
Ik kan vergelijken hoe groepen in tijd en plaats omgaan met maatschappelijke vraagstukken. Ik kan samenlevingen vergelijken in tijd en plaats. Ik kan politieke systemen vergelijken in tijd en plaats.
Referentiekader Politiek systeem Democratie Dictatuur
Vergelijken
6. Toekomst in beeld
Ik kan ontdekken welke opleidingen en beroepen met maatschappijleer te maken hebben. Ik kan door activiteiten ontdekken welke interesses, kwaliteiten en mogelijkheden ik heb. Ik kan onderzoeken waar ik informatie over een opleiding of beroep kan vinden.
Welke mbo-opleiding of welk beroep past bij mij?
Perspectieven: Online gokken
Debatteren
Perspectieven: Algoritme
Burgerberaad
Perspectieven: Manosphere
Post-it Perspectief
Debatteren: Dienstplicht
Debatteren
Debatteren: Sociale media
Debatteren
Debatwerkvormen
Het Lagerhuisdebat
Voer een Lagerhuisdebat
Het Brillendebat
Voer een Brillendebat
De debat-battle
Voer een debat-battle
Cirkel van invloed
Placematdiscussie
Het Luchtballondebat
Voer een Luchtballondebat
Het Vissenkomdebat
Voer een Vissenkomdebat
Het Carrouseldebat
Voer een carrouseldebat
Blind Beslissen
Pitch

Mediawijs

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. Massamedia
Media doorgronden. Functies van de media. Rol van media op terrein van democratische besluitvorming.
Uitleggen wat het verschil is tussen media en massamedia. Weten welke functies media hebben en hierbij voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen wat medialisering is en hiervan voorbeelden kunnen noemen.
Medium Media Massamedia Amusementsfunctie Informatiefunctie Infotainmentfunctie Meningsvormende functie Socialiserende functie Medialisering
2. Journalistiek
Media doorgronden. 3.1 informatie beoordelen op betrouwbaarheid, representativiteit en bruikbaarheid, informatie verwerken en benutten. Rol van media op terrein van democratische besluitvorming. Overheid en media.
Uitleggen welke beroepen er in de journalistiek zijn. Uitleggen waarom journalistiek belangrijk is in onze samenleving. Uitleggen wat persvrijheid is.
Journalist Verslaggever Redactie Persbureau Persvrijheid
3. Medialandschap
Media doorgronden. Overheid en media.
Weten hoe het medialandschap van Nederland in elkaar zit. Uitleggen hoe commerciële media hun geld verdienen. Uitleggen dat media zich richten op doelgroepen en hiervan voorbeelden kunnen noemen.
Publieke omroep Commerciële media Commercieel Doelgroep
4. Jouw data op het internet
Reflecteren op mediagebruik.
Uitleggen waarom jouw data op het internet van belang zijn voor mediabedrijven. Uitleggen wat voor- en nadelen van een algoritme zijn. Weten hoe het komt dat iedereen andere beelden ziet online.
Cookie Privacy Algoritme
5. Beeldvorming
ML1/K/7/10d — De kandidaat kan van een bepaald sociaal probleem beschrijven hoe de beeldvorming erover tot stand komt/gekomen is. ML1/K/7/10b — De kandidaat kan uitingen van vooroordelen en beeldvorming ten aanzien van mannen en vrouwen in de samenleving herkennen en benoemen ML1/K/7/11a — De kandidaat kan aangeven dat selectieve waarneming een rol speelt in het proces van beeld- en meningsvorming;
Weten dat beeldvorming door de media een rol speelt in onze samenleving. Uitleggen wat rolpatronen en stereotypen zijn en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen hoe de media discriminatie kunnen versterken.
Beeldvorming Rolpatroon Stereotype Vooroordeel Discriminatie
6. Omgaan met media
1.6 de maatschappelijke betekenis van technologische ontwikkeling, waaronder met name moderne informatie- en communicatietechnologie. 1.8 de verworvenheden en mogelijkheden van kunst en cultuur, waaronder ook de media.
Weten welke vervelende persoonlijke gevolgen medialisering kan hebben. Herkennen wanneer een bron betrouwbaar is. Uitleggen welke gevaren kunstmatige intelligentie heeft.
Burgerjournalistiek Nepnieuws Kunstmatige intelligentie
Praktische opdrachten
Analyse: Online privacy
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen;
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten.
Kijken: De Dikke Datashow
ML1/K/7/11a — De kandidaat kan aangeven dat selectieve waarneming een rol speelt in het proces van beeld- en meningsvorming;
Weten welke vervelende persoonlijke gevolgen medialisering kan hebben. Weten dat beeldvorming door de media een rol speelt in onze samenleving. Weten welke functies media hebben.
Maken: NieuwsVandaag
Uitleggen hoe een nieuwsbericht wordt gemaakt.
Doen: DIY Infotainmentvlog
Uitleggen wat infotainment is.

Criminaliteit

⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. Wat is criminaliteit?
ML1/K/6/9b — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen hoe regels het samenleven van mensen mogelijk maken
Uitleggen waarom criminaliteit een maatschappelijk vraagstuk is. Weten wat het verschil is tussen immateriële gevolgen en materiële gevolgen. Uitleggen wat het verschil is tussen overtredingen en misdrijven en hiervan voorbeelden kunnen noemen.
Criminaliteit Overtreding Misdrijf Immateriële gevolgen Materiële gevolgen
2. Redenen voor criminaliteit
ML1/K/5/6b — De kandidaat kan voorbeelden geven van belangen van mensen in een bepaalde maatschappelijke positie en van conflicten die daarmee samenhangen
Uitleggen welke risicofactoren een rol spelen bij het ontstaan van strafbaar gedrag. Uitleggen welke beschermende factoren een rol spelen bij het tegengaan van strafbaar gedrag.
3. De rechtsstaat
ML1/K/6/8a — De kandidaat kan vormen van macht herkennen
Weten wat rechtsbescherming is. Weten welke rechten een verdachte heeft.
Rechtsstaat Grondwet
4. De politie en de officier van justitie
8.2.3 de rechtspraak in de Nederlandse rechtsstaat.
Weten welke taken de politie heeft en hierbij voorbeelden kunnen noemen. Weten wat een proces-verbaal inhoudt. Uitleggen hoe een officier van justitie een strafbaar feit kan afhandelen.
Officier van justitie Proces-verbaal Seponeren Schikken Strafbeschikking Vervolgen
5. Een rechtszaak
8.2.3 de rechtspraak in de Nederlandse rechtsstaat. 8.5 De kandidaat kan de doelen van straffen en maatregelen onderscheiden.
Uitleggen hoe een rechtszaak in zijn werk gaat. Weten welke soorten straffen er zijn.
Requisitoir Pleidooi Vonnis Hechtenis
6. Jeugdcriminaliteit
ML1/K/5/6c — De kandidaat kan maatregelen van de overheid ten aanzien van sociale ongelijkheid noemen.
Weten wat ondermijning is. Uitleggen wat het jeugdstrafrecht is. Weten wat het doel van bureau Halt is.
Ondermijning Jeugdstrafrecht Halt-straf
Praktische opdrachten
Analyse: Gedoogbeleid
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven.
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten.
Kijken: Danny op straat
Weten wat het verschil is tussen overtredingen en misdrijven en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen welke factoren de kans op strafbaar gedrag vergroten of verkleinen. Weten welke rol media spelen bij criminaliteit.
Maken: Preventieposter
Weten dat preventie een taak van de politie is. Uitleggen hoe je een vorm van criminaliteit kan voorkomen.
Doen: Interview over criminaliteit
ML1/K/5/6b — De kandidaat kan voorbeelden geven van belangen van mensen in een bepaalde maatschappelijke positie en van conflicten die daarmee samenhangen
Uitleggen hoe de door jouw geïnterviewde persoon een aandeel heeft in het bestrijden van criminaliteit.