Ga naar inhoud
Schooljaar 2026/2027Laatst gewijzigd 09-10-2026

Verantwoording Maatschappijleer verkort programma

Kolommen
Exporteer
⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Begrippen⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. De maatschappij
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen; ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven.
Uitleggen wat waarden en normen zijn. Weten wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Een standpunt kunnen innemen en er argumenten bij geven.
Waarden Normen
2. Cultuur en socialisatie
ML1/K/4/5a — De kandidaat kan beschrijven hoe een mens zich ontwikkelt tot lid van de samenleving en de invloed van het socialisatieproces herkennen en beschrijven; ML1/K/4/5b — De kandidaat kan uitleggen dat mensen bij een subcultuur (willen) horen en dat elke subcultuur invloed heefet op het gedrag en socialisatieproces; ML1/K/4/5c — De kandidaat kan de rol van onderwijs (als socialiserende instantie) beschrijven in de ontwikkeling van een mens als lid van de samenleving.
Uitleggen hoe mensen zich aanpassen aan de samenleving door middel van het socialisatieproces. Uitleggen welke rol socialiserende instituties hebben in het socialisatieproces. Uitleggen wat een (sub)cultuur is en waarom mensen daar graag bij willen horen.
Socialisatie Socialisatieproces Socialiserende instituties Cultuur Subcultuur Dominante cultuur Cultuuroverdracht Referentiekader
3. Sociale ongelijkheid
ML1/K/5/7a — De kandidaat kan met voorbeelden beschrijven wat sociale verschillen zijn en hoe die veroorzaakt worden, en beschrijven/uitleggen hoe de plaats van een mens op de maatschappelijke ladder kan veranderen (sociale mobilitei ML1/K/5/7b — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen dat mensen vanuit hun maatschappelijke posities belangen hebben en hoe daardoor conflicten kunnen ontstaan; ML1/K/5/7c — De kandidaat kan overheidsbeleid ten aanzien van sociale ongelijkheid beschrijven en verklaren.
Weten hoe een maatschappelijke positie tot stand komt en hoe iemand deze kan veranderen. Uitleggen dat belangentegenstellingen ontstaan vanuit een maatschappelijke positie. Uitleggen wat de overheid doet aan het bestrijden van sociale ongelijkheid.
Maatschappelijke positie Kansarm Kansrijk Sociale mobiliteit Belang Belangentegenstelling Sociale ongelijkheid
4. Macht en regels
ML1/K/6/9a — De kandidaat kan vormen van macht en machtsmiddelen herkennen, beschrijven en verklaren ML1/K/6/9b — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen hoe regels het samenleven van mensen mogelijk maken
Weten welke machtsmiddelen er zijn en er enkele voorbeelden bij kunnen bedenken. Weten dat de Grondwet belangrijk is voor een rechtsstaat. Uitleggen hoe en waarom we in Nederland regels en wetten maken.
Macht Grondwet Rechten Plichten Rechtsstaat Politieke besluitvorming Politieke agenda Compromis
5. De politiek
ML1/K/6/9c — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen, herkennen en toelichten.
Uitleggen wat een parlementaire democratie is. Weten hoe Nederland wordt bestuurd. Uitleggen hoe burgers invloed kunnen uitoefenen op de politiek.
Democratie Parlementaire democratie Volksvertegenwoordigers Kabinet Ministers Parlement Tweede Kamer
6. Beeldvorming
ML1/K/7/11a — De kandidaat kan aangeven dat selectieve waarneming een rol speelt in het proces van beeld- en meningsvorming; ML1/K/7/10b — De kandidaat kan uitingen van vooroordelen en beeldvorming ten aanzien van mannen en vrouwen in de samenleving herkennen en benoemen ML1/K/7/11b — De kandidaat kan beschrijven hoe men uitingen van vooroordelen en discriminatie tegemoet kan treden vanuit het beginsel van gelijkwaardigheid en respect; ML1/K/7/10d — De kandidaat kan van een bepaald sociaal probleem beschrijven hoe de beeldvorming erover tot stand komt/gekomen is.
Weten wat rolpatronen, stereotypen en vooroordelen zijn en hierbij enkele voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen dat selectieve waarneming invloed heeft op onze beeldvorming. Uitleggen dat discriminatie kan ontstaan door beeldvorming.
Beeldvorming Vooroordeel Discriminatie Rolpatroon Stereotype Selectieve waarneming
Praktische opdrachten
Analyse: Knokke(n)
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Een standpunt geven en daarbij een eenvoudig argument bedenken.
Analyse: Code Rood
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Een standpunt geven en daarbij een eenvoudig argument bedenken.
Kijken: Nederland Polderland
Uitleggen uit welke fases het politieke besluitvormingsproces bestaat. Weten wat een compromis is. Toelichten dat politici niet altijd hun beloften kunnen nakomen.
Kijken: Het Grote Hokjesexperiment
Uitleggen wat vooroordelen zijn. Uitleggen hoe vooroordelen discriminatie veroorzaken. Uitleggen welke invloed vooroordelen hebben op mensen waar veel vooroordelen over zijn.
Maken: Culturenkalender
Uitleggen dat iedere cultuur andere cultuurkenmerken heeft.
Maken: Partijenkwartet
Uitleggen hoe we politieke partijen indelen op politieke richting.
Doen: Je eigen partij
Uitleggen hoe we politieke partijen indelen op links/rechts en progressief/conservatief. Uitleggen dat politieke partijen mensen proberen te overtuigen van hun standpunten.
Doen: Oma/opa, mam/pap en jij?
Uitleggen dat iedere generatie een ander socialisatieproces heeft.