Schooljaar 2026/2027 Laatst gewijzigd 27-08-2026

Verantwoording NEO/mbo – Burgerschap, niveau 2

Kolommen
Exporteer

A. Verschil en gelijkwaardigheid

⋮⋮Les ⋮⋮Onderwijsdoelen ⋮⋮Leerdoelen ⋮⋮Portfolio-opdracht
Start
1. Ik en mijn omgeving
A4: De student verkent (eigen) ervaringen en onderneemt activiteiten binnen spanningen tussen verschil en gelijkwaardigheid en verbindt deze met gebeurtenissen in samenleving en beroep.
Ik kan vertellen wie ik als persoon ben. Ik kan uitleggen hoe mijn omgeving mijn gedrag beïnvloedt. Ik kan de verschillen in diversiteit in mijn beroepsveld herkennen. Ik kan een moodboard maken over diversiteit in mijn eigen omgeving.
Hoe divers is mijn omgeving?
2. Kennisbasis
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
3. Kennistoets
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Thema's
4. Discriminatie
A1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe mensen en groepen verschillend mogen zijn én hoe pluraliteit begrensd wordt vanwege het principe van gelijkwaardigheid. A2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe in- en uitsluiting werkt en hoe verschil en gelijkwaardigheid daarmee samenhangen. A3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen bij de spanning tussen verschil en gelijkwaardigheid en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan benoemen welke minderheidsgroepen er in Nederland zijn. Ik kan uitleggen hoe vooroordelen kunnen leiden tot discriminatie. Ik kan uitleggen hoe we door middel van gelijkwaardigheid met elkaar kunnen samenleven. Ik kan een campagne maken over een maatschappelijke ontwikkeling die veel te maken heeft gehad met discriminatie.
Aan de slag: maak een postercampagne (45 minuten)
5. Ons slavernijverleden
A1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe mensen en groepen verschillend mogen zijn én hoe pluraliteit begrensd wordt vanwege het principe van gelijkwaardigheid. A2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe in- en uitsluiting werkt en hoe verschil en gelijkwaardigheid daarmee samenhangen. A3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen bij de spanning tussen verschil en gelijkwaardigheid en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan de rol van Nederland in het slavernijverleden uitleggen. Ik kan uitleggen welke gevolgen het slavernijverleden nu nog heeft en hoe dit samenhangt met ongelijkheid. Ik kan uitleggen of mijn omgeving aandacht besteedt aan ons slavernijverleden. Ik kan een poster maken om Keti Koti te vieren.
Aan de slag: herdenk het slavernijverleden (30 minuten)
6. Feminisme
A1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe mensen en groepen verschillend mogen zijn én hoe pluraliteit begrensd wordt vanwege het principe van gelijkwaardigheid. A2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe in- en uitsluiting werkt en hoe verschil en gelijkwaardigheid daarmee samenhangen. A3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen bij de spanning tussen verschil en gelijkwaardigheid en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan uitleggen wat feminisme is. Ik kan voorbeelden van emancipatiegolven noemen. Ik kan verwoorden waar we nu staan op het punt van feminisme in Nederland. Ik kan een tijdlijn maken van feminisme in Nederland.
Aan de slag: maak een tijdlijn van feminisme in Nederland (35 minuten)
Vraagstukken
7. Femicide
A5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij vraagstukken waar verschil en gelijkwaardigheid op gespannen voet staan en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen wat met femicide wordt bedoeld. Ik kan uitleggen hoe ongelijkwaardigheid bij dit probleem een rol speelt. Ik kan mijn mening onderbouwen met informatie uit een tekst. Ik kan uitleggen waarom gelijkwaardigheid en vrijheid bij de aanpak belangrijk zijn. Ik kan een duidelijk veiligheidsplan maken voor een mbo-school.
Maak een meldroute voor een veilige mbo-school (45 minuten)
8. Etnisch profileren
A5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij vraagstukken waar verschil en gelijkwaardigheid op gespannen voet staan en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen wat het probleem is bij etnisch profileren. Ik kan uitleggen hoe een controle tot uitsluiting kan leiden. Ik kan mijn mening onderbouwen met informatie uit een tekst. Ik kan uitleggen waarom gelijkwaardigheid en vrijheid bij controles kunnen botsen. Ik kan samen tien ideeën bedenken voor eerlijkere controles.
Bedenk 10 ideeën voor eerlijke controles (45 minuten)
9. Stagediscriminatie
A5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij vraagstukken waar verschil en gelijkwaardigheid op gespannen voet staan en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen wat stagediscriminatie is. Ik kan twee oplossingen voor stagediscriminatie vergelijken. Ik kan mijn mening onderbouwen met informatie uit een tekst. Ik kan uitleggen waarom gelijkwaardigheid en vrijheid bij stagekeuzes botsen. Ik kan een duidelijk advies maken voor de stagecoördinator.
Maak een stappenkaart voor eerlijke stagematching (45 minuten)

B. Individu en groep

⋮⋮Les ⋮⋮Onderwijsdoelen ⋮⋮Leerdoelen ⋮⋮Portfolio-opdracht
Start
1. Ik en de groep
B4: De student verkent (eigen) ervaringen met en onderneemt activiteiten binnen spanningen tussen individuele en collectieve belangen en verbindt deze met gebeurtenissen in samenleving en beroep.
Ik kan uitleggen dat vrijheid grenzen heeft. Ik kan situaties onderscheiden waarin regels belangrijk zijn. Ik kan reflecteren op mijn eigen belang en die van de groep. Ik kan een quiz maken over verantwoordelijkheid in mijn beroepsomgeving.
Geschikt of ongeschikt voor mijn beroep?
2. Kennisbasis
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
3. Kennistoets
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Thema's
4. Jouw privacy
B1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe spanning kan ontstaan tussen individuele en collectieve belangen. B2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe overheden en gemeenschappen via regels omgaan met spanningen tussen individuele en collectieve belangen. B3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in hoe het (tijdelijke) evenwicht tussen individuele en collectieve belangen wordt bepaald en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan beschrijven hoe het algoritme van TikTok werkt. Ik kan uitleggen waarom privacy belangrijk is. Ik kan benoemen hoe je je privacy op internet kunt beschermen. Ik kan uitleggen dat je online anders overkomt, dan hoe je echt bent.
Aan de slag: bescherm je privacy
5. De vakbond
B1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe spanning kan ontstaan tussen individuele en collectieve belangen. B2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe overheden en gemeenschappen via regels omgaan met spanningen tussen individuele en collectieve belangen. B3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in hoe het (tijdelijke) evenwicht tussen individuele en collectieve belangen wordt bepaald en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan de rol van de vakbond in Nederland benoemen. Ik kan omschrijven waarom je meer kunt bereiken als je samenwerkt. Ik kan via een vakbond opkomen voor mijn rechten. Ik kan een interview met de studentenvakbond houden waarin mijn eigen belangen en die van de school aan bod komen.
Aan de slag: vertegenwoordiging op jouw school
6. De kledingindustrie
B1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe spanning kan ontstaan tussen individuele en collectieve belangen. B2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe overheden en gemeenschappen via regels omgaan met spanningen tussen individuele en collectieve belangen. B3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in hoe het (tijdelijke) evenwicht tussen individuele en collectieve belangen wordt bepaald en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan de rol van de kledingindustrie op de samenleving benoemen. Ik kan verwoorden waarom de meeste kleding in Azië wordt gemaakt. Ik kan onderzoeken hoe de individuele en collectieve belangen botsen als het gaat om hoe onze kleding wordt maakt. Ik kan aandacht vragen voor het belang van duurzame kleding.
Aan de slag: mail een kledingbedrijf
Vraagstukken
7. Het vuurwerkverbod
B5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij vraagstukken waar individuele en collectieve belangen op gespannen voet staan en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen welk probleem het vuurwerkverbod moet verminderen. Ik kan een individueel en een collectief belang uit elkaar houden. Ik kan mijn mening onderbouwen met informatie uit een tekst. Ik kan uitleggen waarom vrijheid en solidariteit bij het verbod botsen. Ik kan een duidelijk advies maken voor de gemeente.
Jij adviseert de gemeente over het vuurwerkverbod (45 minuten)
8. Extinction Rebellion
B5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij vraagstukken waar individuele en collectieve belangen op gespannen voet staan en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen waarom de A12-blokkade een maatschappelijk probleem is. Ik kan een individueel en een collectief belang uit elkaar houden. Ik kan mijn mening onderbouwen met informatie uit een tekst. Ik kan uitleggen waarom vrijheid en rechtszekerheid bij een blokkade botsen. Ik kan een duidelijk advies maken voor de burgemeester.
Maak een beslisroute voor een aangekondigd A12-protest (45 minuten)
9. Socialemediaverbod
B5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij vraagstukken waar individuele en collectieve belangen op gespannen voet staan en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen waarom er zorgen zijn over sociale media bij jongeren. Ik kan argumenten voor en tegen een leeftijdsgrens vergelijken. Ik kan mijn mening onderbouwen met informatie uit een tekst. Ik kan uitleggen waarom vrijheid en solidariteit bij een leeftijdsgrens botsen. Ik kan een duidelijke stemposter maken voor een jongerenraad.
Maak een stemposter voor de jongerenraad (45 minuten)

C. Maatschappijvisies

⋮⋮Les ⋮⋮Onderwijsdoelen ⋮⋮Leerdoelen ⋮⋮Portfolio-opdracht
Start
1. Ik en de maatschappij
C4: De student verkent (eigen) ervaringen met verschillende maatschappijvisies en maatschappelijke ordeningen en verbindt deze met gebeurtenissen in samenleving en beroep.
Ik kan mijn eigen waarden benoemen. Ik kan waarden koppelen aan verschillende maatschappijvisies. Ik kan uitleggen welke maatschappijvisies aansluiten bij mijn waarden. Ik kan een relevante boodschap maken voor waarden die belangrijk zijn in mijn beroepsomgeving.
Boodschap met waarde
2. Kennisbasis
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
3. Kennistoets
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Thema's
4. Armoede
C1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe vanuit verschillende maatschappijvisies gekeken kan worden naar maatschappelijke vraagstukken en bijbehorende oplossingsrichtingen. C2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe actie, beleid en regelgeving beogen bij te dragen aan (deel)oplossingen van maatschappelijke vraagstukken. C3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in hoe maatschappijvisies en maatschappelijke ordeningen vorm krijgen en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan uitleggen wat arm zijn in Nederland betekent. Ik kan de oorzaken en de gevolgen beschrijven van armoede in Nederland. Ik kan verschillende ideeën voor het bestrijden van armoede in Nederland beschrijven. Ik kan een actieplan bedenken hoe ik studenten in armoede kan helpen in mijn eigen omgeving.
Aan de slag: kom in actie tegen armoede onder studenten (35 minuten)
5. Vluchtelingen in Nederland
C1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe vanuit verschillende maatschappijvisies gekeken kan worden naar maatschappelijke vraagstukken en bijbehorende oplossingsrichtingen. C2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe actie, beleid en regelgeving beogen bij te dragen aan (deel)oplossingen van maatschappelijke vraagstukken. C3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in hoe maatschappijvisies en maatschappelijke ordeningen vorm krijgen en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan het asielbeleid van Nederland uitleggen. Ik kan de oorzaken en de gevolgen van het uitzetbeleid in Nederland benoemen. Ik kan uitleggen waarom sommige mensen voor en andere mensen tegen het opvangen van asielzoekers zijn. Ik kan een gastles van een vluchteling of rondleiding in een AZC organiseren.
Aan de slag: het verhaal van een vluchteling
6. Bestaanszekerheid
C1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe vanuit verschillende maatschappijvisies gekeken kan worden naar maatschappelijke vraagstukken en bijbehorende oplossingsrichtingen. C2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe actie, beleid en regelgeving beogen bij te dragen aan (deel)oplossingen van maatschappelijke vraagstukken. C3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in hoe maatschappijvisies en maatschappelijke ordeningen vorm krijgen en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan uitleggen wat bestaanszekerheid in Nederland betekent. Ik kan beschrijven hoe de overheid zorgt voor de burgers. Ik kan verschillende maatschappijvisies op bestaanszekerheid vergelijken met elkaar. Ik kan vrijwilligerswerk doen!
Aan de slag: doe vrijwilligerswerk (20 minuten voorbereidingstijd)
Vraagstukken
7. Woningnood
C5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken en oplossingsrichtingen en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen waarom jongeren moeilijk een betaalbare woning vinden. Ik kan twee oplossingen voor de woningnood vergelijken. Ik kan mijn mening onderbouwen met informatie uit een tekst. Ik kan uitleggen waarom gelijkwaardigheid en vrijheid bij woningbouw botsen. Ik kan een duidelijk advies maken voor de gemeenteraad.
Check het woningplan van een politieke partij (45 minuten)
8. Jeugdcriminaliteit
C5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken en oplossingsrichtingen en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen hoe jongeren in criminaliteit terecht kunnen komen. Ik kan twee manieren om jeugdcriminaliteit aan te pakken vergelijken. Ik kan mijn mening onderbouwen met informatie uit een tekst. Ik kan uitleggen waarom rechtszekerheid en solidariteit bij de aanpak botsen. Ik kan uitleggen hoe mijn gemeente scoort op criminaliteit en risicojongeren.
Onderzoek jeugdcriminaliteit in jouw gemeente (45 minuten)
9. Arbeidsmigratie
C5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken en oplossingsrichtingen en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen waarom arbeidsmigranten naar Nederland komen. Ik kan een economisch en een sociaal belang vergelijken. Ik kan mijn mening onderbouwen met informatie uit een tekst. Ik kan uitleggen waarom vrijheid en solidariteit bij arbeidsmigratie botsen. Ik kan een duidelijke rechtenroute maken voor arbeidsmigranten.
Maak een rechtenroute voor arbeidsmigranten (45 minuten)

D. Macht en besluitvorming

⋮⋮Les ⋮⋮Onderwijsdoelen ⋮⋮Leerdoelen ⋮⋮Portfolio-opdracht
Start
1. Ik en de macht
D4: De student verkent (eigen) ervaringen met vormen van macht en besluitvorming en verbindt deze met gebeurtenissen in samenleving en beroep.
Ik kan uitleggen hoe ik sta tegenover macht. Ik kan voorbeelden benoemen waarin ik met macht en besluitvorming te maken heb. Ik kan mijn ervaringen met macht (in de opvoeding) vergelijken met die van anderen. Ik kan een podcast maken over mijn opvoeding.
Podcast over de opvoeding
2. Kennisbasis
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
3. Kennistoets
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Thema's
4. De gemeente
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan uitleggen hoe inwoners invloed hebben op besluiten van de gemeente. Ik kan uitleggen wat de gemeenteraad, het college van B&W en de burgemeester doen. Ik kan benoemen welke belangen verschillende partijen hebben. Ik kan voor- en nadelen van lokale democratie onderzoeken.
Aan de slag: adviseurs gemeenteraad (60 minuten)
5. Democratie in Nederland
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan uitleggen hoe de belangen van verschillende groepen invloed hebben op besluitvorming. Ik kan de voor- en nadelen van verschillende vormen van (mede)zeggenschap uitleggen. Ik kan uitleggen hoe maatschappelijke ontwikkelingen invloed hebben op macht en besluitvorming. Ik kan bij een maatschappelijk vraagstuk verschillende belangen afwegen om te bepalen welke oplossing het beste past.
Aan de slag:
6. Drugscriminaliteit
D1: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D2: De student onderbouwt met voorbeeldgevallen hoe (mede)zeggenschap en besluitvorming in verschillende situaties vormkrijgen, welke belangen deze weerspiegelen en welke voor- en nadelen aan deze vormgeving verbonden zijn. D3: De student onderbouwt hoe maatschappelijke ontwikkelingen een rol spelen in vormen van macht en besluitvorming en welke bijdrage (groepen) mensen op die ontwikkelingen hebben (gehad).
Ik kan de oorzaken en gevolgen van drugshandel in Nederland beschrijven. Ik kan voorbeelden noemen van hoe jongeren te maken hebben met de drugscriminaliteit. Ik kan onderbouwen welke instanties betrokken zijn bij de aanpak van drugscriminaliteit en hoe beslissingen daarover worden genomen. Ik kan een organisatiekaart maken over drugscriminaliteit.
Aan de slag: vlog tegen drugsgebruik
Vraagstukken
7. Klimaatverandering
D5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij het uitoefenen van macht en invloed ten aanzien van besluitvorming en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen wat klimaatverandering veroorzaakt. Ik kan vergelijken hoeveel invloed verschillende groepen op klimaatbesluiten hebben. Ik kan mijn mening onderbouwen met informatie uit een tekst. Ik kan uitleggen waarom volkssoevereiniteit en solidariteit bij klimaatbeleid botsen. Ik kan een klimaatvoorstel maken voor de gemeenteraad.
Speel de klimaatraad van jouw gemeente (45 minuten)
8. Asielzoekerscentrum
D5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij het uitoefenen van macht en invloed ten aanzien van besluitvorming en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen welk probleem de video laat zien. Ik kan belangen van omwonenden, asielzoekers en de gemeente noemen. Ik kan uitleggen hoe inwoners invloed proberen te krijgen. Ik kan uitleggen hoe inspraak en solidariteit bij een azc kunnen botsen. Ik kan een duidelijke inspraakkaart maken voor een bewonersavond.
Maak een inspraakkaart voor een bewonersavond (45 minuten)
9. Cameratoezicht
D5: De student verkent diens standpunten en ontwikkelt handelingsmogelijkheden bij het uitoefenen van macht en invloed ten aanzien van besluitvorming en beschrijft hoe deze standpunten en handelingsmogelijkheden zich verhouden tot democratische waarden en dilemma’s.
Ik kan uitleggen wat camera-observanten doen. Ik kan noemen wie beslist over camera’s en wie de beelden bekijkt. Ik kan een voordeel en een nadeel van cameratoezicht uitleggen. Ik kan uitleggen waarom veiligheid en vrijheid bij cameratoezicht botsen. Ik kan een duidelijke camerakaart maken voor een jongerenfestival.
Maak een camerakaart voor een jongerenfestival (45 minuten)