1. Democratische waarden
Verantwoording NEO/ISK – Burgerschap, taalniveau B1
Kolommen
Exporteer
| ⋮⋮Les | ⋮⋮Onderwijsdoelen | ⋮⋮Leerdoelen | ⋮⋮Woordenlijst | ⋮⋮Portfolio-opdracht |
|---|---|---|---|---|
1. Sorry zeggen |
18A.1 — aanbieden van kennis en vaardigheden ten aanzien van basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de diverse samenleving, gericht op respectvolle omgang; |
Ik weet dat ik soms sorry moet zeggen.
Ik kan vier dingen opnoemen die belangrijk zijn bij sorry zeggen.
Ik kan me inleven in de ander. |
Excuus |
Sorry zeggen |
2. Nepnieuws herkennen |
18A.2 — stimuleren van sociale vaardigheden en kritische denkvaardigheden; |
Ik kan uitleggen wat nepnieuws is.
Ik kan tips om nepnieuws te herkennen noemen.
Ik kan op verschillende manieren controleren of nieuws betrouwbaar is. |
AI |
Nep of echt? |
3. Sociale media gebruiken |
18A.2 — stimuleren van sociale vaardigheden en kritische denkvaardigheden; |
Ik denk na over wat ik wel of niet deel op sociale media.
Ik denk na over mijn eigen gedrag op sociale media.
Ik kan uitleggen wat wel en niet oké is op sociale media. |
Spijt |
Aardig blijven op sociale media |
2. Democratie en rechtsstaat | ||||
1. Vrijheid respecteren |
19A.1 — beschrijven van de betekenis van basiswaarden van de democratische rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit; |
Ik kan uitleggen wat vrijheid in Nederland betekent.
Ik weet dat in Nederland iedereen in vrijheid leeft.
Ik kan twee voorbeelden geven hoe vrijheden met elkaar botsen. |
Vrijheid
Vrije meningsuiting |
Een vrije maar aardige mening |
2. Evenveel waard zijn |
19A.1 — beschrijven van de betekenis van basiswaarden van de democratische rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit; |
Ik kan uitleggen wat gelijkwaardigheid in Nederland betekent.
Ik weet dat in Nederland iedereen gelijkwaardig is.
Ik kan voorbeelden noemen wanneer er geen gelijkwaardigheid is. |
Gelijkwaardigheid
Recht
Discriminatie |
Gelijkwaardigheid voor iedereen |
3. Elkaar steunen |
19A.1 — beschrijven van de betekenis van basiswaarden van de democratische rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit; |
Ik kan uitleggen wat solidariteit betekent.
Ik weet dat in Nederland solidariteit nodig is.
Ik kan twee voorbeelden noemen van mensenrechten die voor solidariteit zorgen. |
Solidariteit, solidair zijn
Iemand steunen
Verbinden (met elkaar)
Gebaar
Protesteren
Onrecht |
Solidair zijn met elkaar |
3. Diversiteit | ||||
1. Jezelf zijn |
19B.1 — beschrijven van aspecten van diversiteit: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid; |
Ik kan uitleggen wat diversiteit betekent.
Ik kan uitleggen dat het niet uitmaakt hoe iemand eruitziet.
Ik kan voor mezelf opkomen. |
Uiterlijk
Verschil
Jezelf zijn
LHBTI
Verliefd
Diversiteit
Respect
Opkomen voor jezelf |
Opkomen voor jezelf |
2. Er anders uitzien |
19B.1 — beschrijven van aspecten van diversiteit: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid; |
Ik kan uitleggen dat mensen er anders uitzien.
Ik kan uitleggen wat gelijkwaardigheid is.
Ik kan omgaan met mensen die er anders uitzien of andere talenten hebben dan ik. |
Mening
Discriminatie
Gelijkwaardigheid
Uiterlijk
Uniek |
Iedereen is anders! |
3. Vooroordelen checken |
19B.3 — herkennen en benoemen van processen van stereotypering, discriminatie en uitsluiting; |
Ik weet wat een vooroordeel is.
Ik weet dat vooroordelen tot discriminatie kunnen leiden.
Ik kan mijn vooroordelen veranderen. |
Vooroordelen begrijpen |
|
4. Besluiten maken | ||||
1. Macht verdelen |
20A.1 — beschrijven van onderdelen van de democratische rechtsstaat: machtenscheiding, onafhankelijke rechtspraak en hoe de Grondwet individuen en groepen beschermt; |
Ik kan uitleggen dat iedereen zich aan de regels moet houden.
Ik kan uitleggen wat de scheiding der machten is.
Ik kan uitleggen dat de Grondwet iedereen beschermt. |
Machtenspel |
|
2. Samen beslissen |
20A.2 — inzicht tonen in processen van inspraak en besluitvorming en welke regels en afspraken daarbij van belang zijn; |
Ik weet dat Nederland een democratie is.
Ik kan uitleggen welke regels er bij een democratie gelden.
Ik kan uitleggen hoe besluiten eerlijk worden genomen. |
Nieuwe regels voor de klas! |
|
3. Verkiezingen organiseren |
20A.3 — ervaringen opdoen met het uitwisselen van standpunten, compromissen sluiten en omgaan met meerderheids- en minderheidsstandpunten; |
Ik kan opnoemen welke verkiezingen er in Nederland zijn.
Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen meerderheid en minderheid.
Ik kan beschrijven hoe verkiezingen in Nederland verlopen. |
Gemeente
Provincie
Land
Europa |
Verkiezingen in de klas |
5. Maatschappelijke betrokkenheid | ||||
1. Belangen begrijpen |
20B.4 — ervaringen opdoen met verantwoordelijkheid nemen voor en bijdragen aan het welzijn van anderen; |
Ik kan uitleggen wat een belang is.
Ik kan uitleggen dat belangen voor iedereen anders kunnen zijn.
Ik kan bij verschillende belangen meedenken over een oplossing. |
Belangen delen in gesprek |
|
2. Anderen helpen |
20B.2 — onderzoeken van de rol en de impact van maatschappelijke initiatieven, bewegingen en organisaties en de middelen die zij aanwenden om bij te dragen aan de samenleving of veranderingen in de samenleving teweeg te brengen; |
Ik kan voorbeelden geven van sociaal zijn.
Ik kan voorbeelden geven van mensen die hulp nodig hebben.
Ik kan twee vrijwilligersorganisaties noemen die mensen helpen. |
Iets sociaals doen voor een ander |
|
3. Problemen oplossen |
20B.1 — beschrijven hoe burgers met taken, rollen, rechten en plichten bijdragen aan de samenleving; |
Ik kan uitleggen dat niet iedereen evenveel geld heeft.
Ik kan voorbeelden noemen hoe je slimmer met geld kan omgaan.
Ik kan uitleggen hoe je hulp kunt krijgen bij armoede. |
Huur
Zorg
Armoede
Oplossing
Hergebruiken
Duurzaam zijn
Tweedehands
Hulp
Goed doel |
Goede doelen in Nederland |