Ga naar inhoud
Schooljaar 2026/2027Laatst gewijzigd 14-10-2026

Verantwoording NEO/ISK – Burgerschap, taalniveau A1

Kolommen
Exporteer
⋮⋮Les⋮⋮Onderwijsdoelen⋮⋮Leerdoelen⋮⋮Woordenlijst⋮⋮Portfolio-opdracht
1. Democratische waarden
1. Sorry zeggen

18A — De school stimuleert sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen.

18A.2 — stimuleren van sociale vaardigheden en kritische denkvaardigheden;

18A.3 — stimuleren van respectvolle communicatie, offline en online;

Ik weet wanneer ik sorry zeg. Ik kan sorry zeggen. Ik kan zien of iemand blij is.
Ruzie hebben Kapot Menen Spijt hebben
Sorry zeggen
2. Nepnieuws herkennen

18A — De school stimuleert sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen.

18A.1 — aanbieden van kennis en vaardigheden ten aanzien van basiswaarden van de democratische rechtsstaat en de diverse samenleving, gericht op respectvolle omgang;

18A.4 — aanbieden van activiteiten die sociale cohesie en actief burgerschap stimuleren.

Ik weet wat nepnieuws is. Ik weet dat nieuws soms niet klopt. Ik kan twijfelen over nieuws.
Nepnieuws AI Reclame
Nep of echt?
3. Sociale media gebruiken

18A — De school stimuleert sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen.

18A.2 — stimuleren van sociale vaardigheden en kritische denkvaardigheden;

Ik weet wat ik beter niet kan delen. Ik weet wat ik wel kan delen. Ik kan aardig doen op sociale media.
Aardig Onaardig Gemeen Spijt
Aardig blijven op sociale media
2. Democratie en rechtsstaat
1. Vrijheid respecteren

19A — De leerling toont inzicht in het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat.

19A.1 — beschrijven van de betekenis van basiswaarden van de democratische rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit;

19A.3 — redeneren over hoe basiswaarden van de democratische rechtsstaat en vrijheden, zoals vastgelegd in de Grondwet, met elkaar op gespannen voet kunnen staan;

19A.5 — reflecteren op het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat voor de samenleving en het eigen leven.

Ik weet wat vrijheid is. Ik weet dat in Nederland iedereen vrijheid heeft. Ik kan vertellen dat vrijheid soms botst.
Vrijheid Vrije meningsuiting Straf
Een vrije maar aardige mening
2. Evenveel waard zijn

19A — De leerling toont inzicht in het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat.

19A.1 — beschrijven van de betekenis van basiswaarden van de democratische rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit;

19A.4 — ervaringen opdoen met het voeren van dialogen, omgaan met conflicten, gelijkwaardige behandeling en ethische oordeelsvorming;

19A.5 — reflecteren op het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat voor de samenleving en het eigen leven.

Ik weet wat gelijkwaardigheid is. Ik weet dat in Nederland iedereen gelijkwaardig is. Ik kan uitleggen wanneer er geen gelijkwaardigheid is.
Gelijkwaardigheid Eerlijk Gelijk Kans Recht Discriminatie
Gelijkwaardigheid voor iedereen
3. Elkaar steunen

19A — De leerling toont inzicht in het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat.

19A.1 — beschrijven van de betekenis van basiswaarden van de democratische rechtsstaat: vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit;

19A.2 — inzicht tonen in hoe de Grondwet, kinder- en mensenrechten en internationale verdragen basiswaarden van de democratische rechtsstaat mogelijk maken en beschermen;

19A.5 — reflecteren op het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat voor de samenleving en het eigen leven.

Ik weet wat solidariteit is. Ik weet dat in Nederland solidariteit nodig is. Ik kan uitleggen dat solidariteit belangrijk is.
Solidariteit, solidair zijn Iemand steunen Verbinden (met elkaar) Gebaar Protesteren
Solidair zijn met elkaar
3. Diversiteit
1. Jezelf zijn

19B — De leerling verkent en reflecteert op hoe die kan omgaan met diversiteit in de samenleving.

19B.1 — beschrijven van aspecten van diversiteit: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid;

19B.2 — reflecteren op de eigen identiteit in relatie tot aspecten van diversiteit;

Ik weet wat diversiteit is. Ik weet dat mensen anders mogen zijn. Ik kan voor mezelf opkomen.
Uiterlijk Verschil Jezelf zijn LHBTI Verliefd Diversiteit Respect Opkomen voor jezelf
Opkomen voor jezelf
2. Er anders uitzien

19B — De leerling verkent en reflecteert op hoe die kan omgaan met diversiteit in de samenleving.

19B.1 — beschrijven van aspecten van diversiteit: godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, afkomst, geslacht, handicap en seksuele gerichtheid;

19B.4 — beargumenteren van het belang dat mensen elkaar gelijkwaardig behandelen;

Ik weet dat mensen er anders uitzien. Ik weet dat gelijkwaardigheid belangrijk is. Ik kan aardig zijn voor iedereen.
Mening Discriminatie Gelijkwaardigheid Uiterlijk Uniek
Iedereen is anders!
3. Vooroordelen checken

19B — De leerling verkent en reflecteert op hoe die kan omgaan met diversiteit in de samenleving.

19B.3 — herkennen en benoemen van processen van stereotypering, discriminatie en uitsluiting;

19B.4 — beargumenteren van het belang dat mensen elkaar gelijkwaardig behandelen;

19B.5 — reflecteren op ervaringen met openstaan voor perspectieven en ervaringen van anderen, overeenkomsten en verschillen benoemen, oordeel uitstellen, omgaan met mogelijkheden en gedrag van anderen.

Ik weet hoe ik respectvol kan praten. Ik weet dat het oké is om anders te denken. Ik kan mijn mening bijstellen.
Vooroordeel Mening Feit
Vooroordelen begrijpen
4. Besluiten maken
1. Macht verdelen

20A — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om democratisch te handelen

20A.1 — beschrijven van onderdelen van de democratische rechtsstaat: machtenscheiding, onafhankelijke rechtspraak en hoe de Grondwet individuen en groepen beschermt;

Ik weet dat er regels zijn voor iedereen. Ik weet wat de regering en volksvertegenwoordigers doen. Ik weet dat de wet mensen beschermt.
Het volk Volksvertegenwoordigers Regering Rechters Wet Macht Uitvoeren
Machtenspel
2. Samen beslissen

20A — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om democratisch te handelen

20A.2 — inzicht tonen in processen van inspraak en besluitvorming en welke regels en afspraken daarbij van belang zijn;

20A.4 — reflecteren op eigen ervaringen met inspraak en besluitvorming en met het besluitvormingsproces;

Ik weet dat we in een democratie leven. Ik weet dat we samen beslissingen nemen. Ik weet hoe we samen een nieuwe regel maken.
Democratie Stemmen Beslissen
Nieuwe regels voor de klas!
3. Verkiezingen organiseren

20A — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om democratisch te handelen

20A.3 — ervaringen opdoen met het uitwisselen van standpunten, compromissen sluiten en omgaan met meerderheids- en minderheidsstandpunten;

20A.5 — inzicht tonen in de waarde van democratisch handelen in het eigen leven.

Ik weet dat mensen mogen stemmen. Ik weet dat stemmen eerlijke kansen geeft. Ik weet hoe ik kan stemmen.
Verkiezing Minister-president Kandidaat Stembiljet Stembus
Verkiezingen in de klas
5. Maatschappelijke betrokkenheid
1. Belangen begrijpen

20B — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om bij te dragen aan de samenleving.

20B.4 — ervaringen opdoen met verantwoordelijkheid nemen voor en bijdragen aan het welzijn van anderen;

20B.5 — reflecteren op mogelijkheden om vanuit eigen idealen of overtuigingen bij te dragen aan de samenleving, nu en in de toekomst.

Ik weet wat belangrijk is voor mij. Ik weet wat belangrijk is voor een ander. Ik kan samen met anderen een oplossing vinden.
Belang
C. Belangen delen in gesprek
2. Anderen helpen

20B — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om bij te dragen aan de samenleving.

20B.2 — onderzoeken van de rol en de impact van maatschappelijke initiatieven, bewegingen en organisaties en de middelen die zij aanwenden om bij te dragen aan de samenleving of veranderingen in de samenleving teweeg te brengen;

Ik weet wat sociaal zijn is. Ik weet dat mensen elkaar helpen. Ik kan iemand helpen.
Sociaal zijn Dakloos Ongelijkheid Stichting Vrijwilligerswerk
Iets moois doen voor een ander
3. Problemen oplossen

20B — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om bij te dragen aan de samenleving.

20B.1 — beschrijven hoe burgers met taken, rollen, rechten en plichten bijdragen aan de samenleving;

20B.3 — verkennen van actuele, maatschappelijke en duurzaamheidsvraagstukken;

Ik kan uitleggen dat niet iedereen evenveel geld heeft. Ik weet hoe ik slimmer met mijn geld omga. Ik weet waar je hulp kunt krijgen.
Huur Zorg Armoede Oplossing Hergebruiken Duurzaam zijn Tweedehands Hulp Goed doel
Goede doelen in Nederland