Lessen
Verantwoording Havo vwo
Kolommen
Exporteer
Perspectieven
| ⋮⋮Les | ⋮⋮Onderwijsdoelen | ⋮⋮Leerdoelen | ⋮⋮Portfolio-opdracht |
|---|---|---|---|
1. Vraagstukken |
Ik kan aangeven waarom iets een maatschappelijk vraagstuk is.
Ik kan beredeneren wanneer iets een maatschappelijk of een politiek vraagstuk is.
Ik kan redeneren over oorzaken en gevolgen van een maatschappelijk vraagstuk. |
Oorzaken en gevolgen |
|
2. Standpunten |
Ik kan de standpunten van betrokken groepen bij een maatschappelijk vraagstuk beschrijven.
Ik kan de frames en de waarden die achter de standpunten van betrokken groepen liggen toelichten.
Ik kan uitleggen hoe betrokken groepen invloed proberen uit te oefenen op een maatschappelijk vraagstuk. |
Standpunten-arena |
|
3. Oplossingen |
Ik kan verschillende mogelijke oplossingen voor een maatschappelijk vraagstuk beschrijven.
Ik kan de gevolgen van elke oplossing voor verschillende groepen toelichten.
Ik kan onderzoeken welke oplossing het meest rechtvaardig is voor groepen en het algemeen belang. |
Minderheidscheck |
|
4. Eigen positie |
Ik kan benoemen wat ik belangrijk vind in dit maatschappelijk vraagstuk.
Ik kan uitleggen welk persoonlijk belang ik heb bij dit maatschappelijk vraagstuk.
Ik kan beargumenteren welke oplossing ik het beste vind en beschrijven hoe ik daar zelf aan kan bijdragen. |
MaatschappijKompas |
|
5. Vergelijken |
Ik kan vergelijken hoe groepen in tijd en plaats omgaan met maatschappelijke vraagstukken.
Ik kan samenlevingen vergelijken in tijd en plaats.
Ik kan politieke systemen vergelijken in tijd en plaats. |
Vergelijken |
|
6. Toekomst in beeld |
Ik kan ontdekken welke opleidingen en beroepen met maatschappijleer te maken hebben.
Ik kan uitleggen welke interesses en kwaliteiten van mij passen bij maatschappijleer.
Ik weet hoe ik mij kan oriënteren op een passende studie en een passend beroep. |
Welke studie of welk beroep past bij mij? |
|
Debatwerkvormen | |||
Het Carrouseldebat |
Voer een carrouseldebat |
||
Het Vissenkomdebat |
Voer een Vissenkomdebat |
||
Het Luchtballondebat |
Voer een Luchtballondebat |
||
Het Lagerhuisdebat |
Voer een Lagerhuisdebat |
||
Het Brillendebat |
Voer een Brillendebat |
||
De debat-battle |
Voer een debat-battle |
||
Debatteren: Dienstplicht |
Debatteren |
||
Debatteren: Sociale media |
Debatteren |
||
Perspectieven: Online gokken (standpunten) |
Debatteren |
||
Perspectieven: Algoritmes (oplossingen) |
Burgerberaad |
||
Perspectieven: Manosphere (Eigen positie) |
Post-it Perspectief |
||
Brillendebat (standpunten) |
Voer een Brillendebat |
||
Lagerhuisdebat (standpunten) |
Voer een Lagerhuisdebat |
||
Pitch (oplossingen) |
Oplossingenpitch |
||
Blind Beslissen (oplossingen) |
Blind beslissen |
||
Cirkel van invloed (eigen positie) |
Cirkel van invloed |
||
Placematdiscussie (eigen positie) |
Placematdiscussie |
||
Perspectieven: American Dream (verschillen) |
Vergelijken |
||
Identiteit
| ⋮⋮Les | ⋮⋮Onderwijsdoelen | ⋮⋮Leerdoelen | ⋮⋮Portfolio-opdracht |
|---|---|---|---|
Lessen | |||
1. Wie vormt jou? |
Ik kan uitleggen hoe socialisatie verloopt.
Ik kan uitleggen welke socialisatoren een rol spelen bij socialisatie.
Ik kan uitleggen wat waarden betekenen voor mensen. |
||
2. Normaal |
Ik kan uitleggen hoe het socialisatieproces invloed heeft op keuzes die mensen maken.
Ik kan uitleggen hoe waarden en normen met elkaar samenhangen.
Ik kan afwegen welke waarden en normen belangrijk zijn in een concrete situatie. |
||
3. Verschillen |
Ik kan uitleggen hoe socialisatie en persoonlijke kenmerken invloed hebben op hoe mensen handelen.
Ik kan uitleggen hoe verschillen in socialisatie en persoonlijke kenmerken invloed hebben op iemands identiteit.
Ik kan in een concrete situatie herkennen welke waarden belangrijk zijn bij het maken van keuzes van mensen.
Ik kan uitleggen hoe nature en nurture samen invloed hebben op hoe mensen handelen. |
||
4. Hokjesdenken |
Ik kan uitleggen hoe socialisatie invloed heeft op verwachtingen over het gedrag van anderen.
Ik kan uitleggen hoe rolpatronen en vooroordelen kunnen leiden tot conflicten tussen groepen.
Ik kan bij een conflict tussen groepen benoemen welke waarden met elkaar botsen.
Ik kan uitleggen hoe rolpatronen, vooroordelen en indoctriantie kunnen leiden tot conflicten tussen groepen en tot polarisatie |
||
5. Cultuur om je heen |
Ik kan culturen vergelijken in tijd en plaats aan de hand van cultuurkenmerken.
Ik kan een onderscheid maken tussen de dominante cultuur en de subculturen.
Ik kan beschrijven welke betekenis mensen geven aan hun eigen cultuur of subculturen.
Ik kan een onderscheid maken tussen cultuurgroepen in de wereld (12) (havo gaat om dominate cultuur en subcultuur)
Ik kan vanuit cultuuruniversalisme en cultuurrelativisme beschrijven welke betekenis mensen geven aan hun eigen cultuur of subcultuur |
||
6. Samen online |
Ik kan uitleggen hoe de selectie en framing van informatie invloed hebben op beeld- en meningsvorming.
Ik kan benoemen welke kansen en risico's er online zijn.
Ik kan uitleggen wat het verband is tussen verdienmodellen van media en de berichtgeving.
Ik kan uitleggen hoe de selectie en framing van informatie invloed hebben op de beeld- en meningsvorming. |
||
Vraagstukken | |||
1. Tiktok challenge |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
1. Deepfake |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
1. Familievloggers / Finfluencers |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Regenboogvlag |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Paarse vrijdag |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Prideweek / Aanslag berlijn |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Voetballers als rolmodel |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Lookbook |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Disney / color-blind casting |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Verschillen thuis |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Vrouwenvoetbal |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Tradwifes / Vrouwrechten Afghanistan |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
Sociale ongelijkheid
| ⋮⋮Les | ⋮⋮Onderwijsdoelen | ⋮⋮Leerdoelen | ⋮⋮Portfolio-opdracht |
|---|---|---|---|
Lessen | |||
1. Binding |
Ik kan uitleggen waarom mensen verschillend kunnen denken over sociale cohesie.
Ik kan met voorbeelden uitleggen waarom sociale cohesie belangrijk is voor mensen, groepen en de samenleving.
Ik kan uitleggen hoe affectieve, cognitieve, economische en politieke bindingen zorgen voor sociale cohesie.
Ik kan bij een maatschappelijk vraagstuk uitleggen waarom mensen verschillend kunnen denken over wat vrijheid, gelijkheid en solidariteit betekenen. |
||
2. Wij en zij |
Ik kan uitleggen wat de invloed is van sociale cohesie op een maatschappij.
Ik kan uitleggen hoe processen van in- en uitsluiting werken bij groepsvorming.
Ik kan beargumenteren dat een sterke in-groep kan zorgen voor afkeer van een uit-groep.
Ik kan beargumenteren dat een te sterke in-groep zorgt voor afkeer van een uit-groep. |
||
3. Kansen en kapitaal |
Ik kan uitleggen hoe verschillen tussen mensen kunnen leiden tot ongelijke kansen
Ik kan benoemen waarom groepen meer of minder cultureel, sociaal en economisch kapitaal hebben.
Ik kan uitleggen hoe welvaart, welzijn en rechtvaardigheid met elkaar samenhangen
Ik kan benomen waarom groepen meer of minder cultureel, sociaal en economisch kapitaal hebben. |
||
4. Sociale ongelijkheid |
Ik kan beschrijven hoe inkomen, opleiding, gezondheid en kansen ongelijk verdeeld zijn in Nederland en andere landen.
Ik kan uitleggen welke gevolgen sociale ongelijkheid heeft voor de welvaart van mensen.
Ik kan uitleggen welke gevolgen sociale ongelijkheid heeft voor het welzijn van mensen.
Ik kan aan de hand van voorbeelden beschrijven hoe inkomen, opleiding, gezondheid en kansen ongelijk verdeeld zijn in Nederland en andere landen. |
||
5. Wie is verantwoordelijk? |
Ik kan uitleggen hoe mensen en organisaties invloed hebben op sociale ongelijkheid.
Ik kan uitleggen hoe mensen verschillend kunnen denken over verantwoordelijkheid voor welvaart en welzijn.
Ik kan verschillende opvattingen over verantwoordelijkheid voor welvaart en welzijn vergelijken. |
||
6. Beeld van ongelijkheid |
Ik kan met voorbeelden uitleggen hoe sociale media, nieuwsmedia en online platforms invloed hebben op het handelen van mensen.
Ik kan uitleggen wat de invloed is van media op de sociale cohesie.
Ik kan verklaren waarom digitale technologie en AI sociale ongelijkheid kunnen vergroten. |
||
Vraagstukken | |||
1. Gratis lunch |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
1. Schoolzwemmen |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
1. Selectie |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Energiedrank |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Energiedrank |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Eigen risico |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Sociale zekerheid |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Sociale zekerheid |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Sociale zekerheid |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Locatie |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Locatie |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Locatie |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
Rechtsstaat
| ⋮⋮Les | ⋮⋮Onderwijsdoelen | ⋮⋮Leerdoelen | ⋮⋮Portfolio-opdracht |
|---|---|---|---|
Lessen | |||
1. Recht voor jou |
Ik kan uitleggen wat een rechtsstaat is.
Ik kan beoordelen hoe goed het recht verschillende soorten conflicten regelt bij maatschappelijke vraagstukken.
Ik kan bij een maatschappelijk vraagstuk een passende actie kiezen om rechten te beschermen. |
Jouw rechten bij een bijbaan |
|
2. Grondrechten |
Ik kan uitleggen hoe democratische waarden zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit terugkomen in grondrechten.
Ik kan verschillende soorten grondrechten onderscheiden.
Ik kan uitleggen hoe grondrechten de macht van de overheid beperken. |
||
3. Macht verdeeld |
Ik kan uitleggen hoe de scheiding der machten machtsmisbruik helpt voorkomen.
Ik kan beargumenteren waarom het legaliteitsbeginsel belangrijk is in een rechtsstaat.
Ik kan uitleggen hoe democratische waarden tot uiting komen in het legaliteitsbeginsel en de machtenscheiding.
Ik kan beargumenteren met voorbeelden waarom het legaliteitsbeginsel belangrijk is in een rechtsstaat. |
||
4. Veiligheid of vrijheid? |
Ik kan uitleggen wanneer ik te maken heb met rechtshandhaving en rechtsbescherming.
Ik kan uitleggen welke belangen en waarden een rol spelen bij rechtshandhaving en rechtsbescherming.
Ik kan beschrijven welke gevolgen overheidsoptreden heeft voor burgers in een rechtsstaat.
Ik kan uitleggen welke belangen en waarden een rol spelen tussen rechtshandhaving en rechtsbescherming. |
||
5. Opsporing: OM |
Ik kan uitleggen waarom opsporing kan zorgen voor spanning tussen veiligheid en vrijheid.
Ik kan beargumenteren welke rechten van burgers bij opspring in gevaar kunnen komen.
Ik kan beoordelen of het gebruik van dwang door de politie en het Openbaar Ministerie bij opsporing rechtvaardig is. |
||
6. Rechtszaak |
Ik kan uitleggen hoe onafhankelijke en onpartijdige rechtspraak zorgt voor rechtsgelijkheid en rechtsbescherming.
Ik kan uitleggen hoe druk van media, politiek of burgers op een rechtszaak een bedreiging voor eerlijke en onafhankelijke rechtspraak.
Ik kan beargumenteren waarom burgerlijk recht en bestuursrecht een grote rol spelen bij maatschappelijke vraagstukken. |
||
Vraagstukken | |||
1. Taakstraf |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
1. Hel of hotel? |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
1. Levenslang? / TBS |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Katonrechter |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Spreekrecht |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Klassenjustitie / Rechter als wetgende macht |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Schelden met kanker |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Artikel 1 |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Grenzen aan protest / Artikel 23 |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Hoe crimineel is jouw woonplaats? |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Brabant drugslab |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Vuurwerk EU / Amerika |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
Politiek
| ⋮⋮Les | ⋮⋮Onderwijsdoelen | ⋮⋮Leerdoelen | ⋮⋮Portfolio-opdracht |
|---|---|---|---|
Lessen | |||
1. Democratie? |
Ik kan uitleggen wat democratische waarden zijn.
Ik kan democratische en autoritaire politieke stelsels vergelijken aan de hand van kenmerken van een democratie.
Ik kan uitleggen welke rol verkiezingen hebben in een democratie.
Ik kan uitleggen wat democratische waarden zijn in de context van verkiezingen.
Ik kan uitleggen welke rol verkiezingen hebben binnen een democratie. |
||
2. Nederland |
Ik kan de kenmerken van een constitutionele monarchie en een republiek benoemen
Ik kan uitleggen wat de verschillen zijn tussen een parlementair stelsel en een presidentieel stelsel.
Ik kan het Nederlandse politieke stelsel beoordelen aan de hand van de kenmerken van een democratie. |
||
3. Stromingen |
Ik kan standpunten van politieke partijen koppelen aan politieke ideologieën.
Ik kan de belangrijkste kenmerken van verschillende politieke ideologieën benoemen.
Ik kan uitleggen hoe verschillende politieke ideologieën democratische waarden, zoals vrijheid, gelijkheid en solidariteit interpreteren. |
||
4. Partijen |
Ik kan benoemen wat de verschillende functies van politieke partijen zijn.
Ik kan politieke standpunten indelen op basis van verschillende politieke dimensies.
Ik kan beoordelen welke politieke partijen samen een coalitie kunnen vormen op basis van hun uitgangspunten. |
||
5. Parlement |
Ik kan uitleggen wat de taken van de volksvertegenwoordiging op alle bestuursniveaus in Nederland en de EU zijn.
Ik kan uitleggen wat de bevoegdheden van de volksvertegenwoordiging op alle bestuursniveaus in Nederland en de EU zijn.
Ik kan een kosten-batenanalyse maken van een overheidsbesluit over een maatschappelijk vraagstuk. |
||
6. Regering |
Ik kan uitleggen wat de taken en bevoegdheden van het dagelijks bestuur op alle bestuursniveaus in Nederland en de EU zijn.
Ik kan uitleggen hoe een wet tot stand komt .
Ik kan uitleggen waarom overleg en compromissen belangrijk zijn in de Nederlandse politieke besluitvorming. |
||
Vraagstukken | |||
1. Demonstratie |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
1. Monarchie |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
1. Waardering democratie |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Links of rechts? |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Kiesdrempel |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Populisme |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. AnWB |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. LAKS |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Farmer Defense Force / Extinction rebellion |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Raadslid |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Gekozen burgemeester |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. België / Toekomst democratie in de wereld |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
Macht en invloed
| ⋮⋮Les | ⋮⋮Onderwijsdoelen | ⋮⋮Leerdoelen | ⋮⋮Portfolio-opdracht |
|---|---|---|---|
Lessen | |||
1. Macht in een vraagstuk |
Ik kan uitleggen wat machtsmiddelen zijn.
Ik kan in een maatschappelijk vraagstuk herkennen welke machtsmiddelen worden ingezet.
Ik kan in een maatschappelijk vraagstuk verschillende belangen tegen elkaar afwegen. |
||
2. Invloed op beleid |
Ik kan uitleggen op welke manieren burgers en organisaties invloed kunnen uitoefenen op het overheidsbeleid.
Ik kan in een maatschappelijk vraagstuk herkennen hoe burgers en organisaties proberen invloed uit te oefenen op het overheidsbeleid.
Ik kan uitleggen hoe burgers, de overheid, media en maatschappelijke organisaties democratische waarden beschermen. |
||
3. Media maken het vraagstuk |
Ik kan uitleggen hoe media, publiek en politiek elkaar beïnvloeden.
Ik kan in een maatschappelijk vraagstuk herkennen hoe publiek en politieke actoren traditionele media inzetten om invloed uit te oefenen.
Ik kan uitleggen hoe framing, selectie en agendavorming politieke opvattingen en besluitvorming beïnvloeden. |
||
4. Online beïnvloeding |
Ik kan uitleggen hoe platformmedia en digitale technologie politieke besluitvorming beïnvloeden.
Ik kan uitleggen waarom vrije media belangrijk zijn voor een democratische rechtsstaat.
Ik kan uitleggen hoe politieke actoren en burgers online media gebruiken om invloed uit te oefenen. |
||
5. Wereldvraagstukken |
Ik kan uitleggen welke rol de EU, de NAVO en de VN hebben bij internationale vraagstukken.
Ik kan uitleggen voor welke dilemma's landen en internationale organisaties staan bij internationale vraagstukken.
Ik kan uitleggen welke invloed kenmerken van een land hebben op internationale vraagstukken. |
||
6. Wereldhandel |
Ik kan uitleggen welke verantwoordelijkheid multinationals en media hebben bij een maatschappelijk vraagstuk.
Ik kan in een maatschappelijk vraagstuk herkennen hoe multinationals en media invloed uitoefenen.
Ik kan uitleggen waarom mensen verschillend kunnen denken over de verantwoordelijkheid van multinationals. |
||
Vraagstukken | |||
1. Veiligheid Temu |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
1. Dropshipping |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
1. Temu / Made in China |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. Ter Appel |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. AZC |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
2. COA / Migratiepact |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Ouderlijk toezicht online |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Data achterlaten online |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
3. Darkweb / Techgiganten |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Voedselbank |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. Tabaksindustrie |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||
4. NAVO / VN |
Leerdoelen nog niet vastgesteld. |
||