Schooljaar 2026/2027 Laatst gewijzigd 25-08-2026

Verantwoording Methode M – Maatschappijleer, vmbo GT

Kolommen
Exporteer
Toelichting bij deze verantwoording

Dit document verantwoordt de lesstof uit Methode M in relatie tot de door de overheid gestelde doelen voor het vak maatschappijleer. De kerndoelen uit de eindtermen van maatschappijleer geven de leraar de vrijheid om naar eigen smaak en inzicht relevante onderwerpen te behandelen. Methode M speelt hierop in door de vier vaste modules (Samenleving, Politiek, Mediawijs en Criminaliteit) te verrijken met aanvullende thema’s, onderwerpen en opdrachten. Hoewel in deze verantwoording de vier vaste modules worden toegelicht, draagt ook de aanvullende lesstof altijd bij aan het realiseren van de (algemene) onderwijsdoelen.

De overheid stelt in het examenprogramma van maatschappijleer een aantal eisen aan de vaardigheden (basisvaardigheden en leervaardigheden) die bij maatschappijleer aan bod moeten komen. De leervaardigheden (ML1/K/3) komen aan bod in de aparte module Vraagstukken en worden in de vier vaste modules geoefend in de zogenaamde analyse-opdracht. De basisvaardigheden (ML1/K/2) komen doorlopend in deze methode terug in de verschillende kijk-, analyseer- en doe-opdrachten.

Daarnaast biedt Methode M ook de gelegenheid om aan de slag te gaan met burgerschap. Met de module Identiteit ga je samen met je leerlingen aan de slag over hun rol ten overstaande van de samenleving. Samen met de theorie uit de eerdere modules dek je een belangrijk deel van de burgerschapsdoelen van de overheid af.

In onderstaande tabel kunt u zien hoe de lesstof uit Methode M gekoppeld is aan de onderwijsdoelen voor het vak Maatschappijleer. De lesstof is uitgesplitst in leerdoelen en begrippen. De vakoverstijgende vaardigheden uit de preambule komen in deze methode veelvuldig terug; wanneer iets specifiek van toepassing is op een les, wordt dit expliciet benoemd. De kerndoelen komen terug in de voor leerlingen concrete onderwerpen: Samenleving, Politiek, Mediawijs en Criminaliteit. Voor de onderwerpen Politiek en Criminaliteit is de keuze gemaakt om vooruit te blikken op het examenvak maatschappijkunde. Binnen het thema Mediawijs vindt u het competentiemodel van mediawijs (opgesteld door Mediawijzer.net) terug.

Ik nodig u van harte uit om contact met mij op te nemen wanneer u aanvullingen heeft, onjuistheden ziet of een andere opmerking wilt maken. Een online methode biedt de prettige mogelijkheid om zaken direct aan te passen wanneer hiertoe aanleiding is.

Stef van der Linden

stef.vd.linden@uitgeverijneo.nl

https://over.methodem.nl

Vraagstukken

⋮⋮Les ⋮⋮Onderwijsdoelen ⋮⋮Leerdoelen ⋮⋮Begrippen ⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. Vraagstuk herkennen
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen; ML2/K/3/4d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot de principes en procedures die horen bij de benaderingswijze van het vak maatschappijkunde herkennen in informatiebronnen over een maatschappelijk vr
Weten wat een maatschappelijk vraagstuk is. Uitleggen of een probleem ook een maatschappelijk vraagstuk is.
2. Argumenten bedenken
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven. ML2/K/3/3d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven.
Weten wat een standpunt is en wat argumenten zijn. Uitleggen hoe je een standpunt kunt innemen met behulp van argumenten.
Oefenen met argumenteren
3. Analyseren
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven. ML2/K/3/3d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven.
Uitleggen hoe je een maatschappelijk vraagstuk kunt analyseren.
4. Invalshoeken
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen; ML2/K/3/4d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot de principes en procedures die horen bij de benaderingswijze van het vak maatschappijkunde herkennen in informatiebronnen over een maatschappelijk vr
Weten wat de invalshoeken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Uitleggen hoe je deze invalshoeken kunt toepassen bij een analyse.
Analyses
Analyse: Femicide
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven. ML2/K/3/3d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven.
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten. Uitleggen wat de vier invalshoeken bij een maatschappelijk vraagstuk zijn.
Analyse: AI
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen;
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten. Uitleggen wat de vier invalshoeken bij een maatschappelijk vraagstuk zijn.
Analyse: Code Rood
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen;
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten. Uitleggen wat de vier invalshoeken bij een maatschappelijk vraagstuk zijn.
Analyse: Knokke(n)
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven. ML2/K/3/3d — De kandidaat kan strategische vaardigheden toepassen die bijdragen tot een standpunt innemen met betrekking tot een concreet maatschappelijk vraagstuk en hier argumenten voor geven.
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten. Uitleggen wat de vier invalshoeken bij een maatschappelijk vraagstuk zijn.

Samenleving

⋮⋮Les ⋮⋮Onderwijsdoelen ⋮⋮Leerdoelen ⋮⋮Begrippen ⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. De maatschappij
ML1/K/5/7b — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen dat mensen vanuit hun maatschappelijke posities belangen hebben en hoe daardoor conflicten kunnen ontstaan; ML1/K/6/9b — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen hoe regels het samenleven van mensen mogelijk maken
Uitleggen waarom er regels nodig zijn in de samenleving. Weten wat omgangsvormen zijn en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen wat waarden en normen zijn en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen dat mensen verschillende belangen hebben, wat belangentegenstellingen zijn en hierbij voorbeelden kunnen noemen.
Omgangsvormen Belangentegenstelling Samenleven Waarde Belang Norm Fatsoen
2. Socialisatie
ML1/K/4/5a — De kandidaat kan beschrijven hoe een mens zich ontwikkelt tot lid van de samenleving en de invloed van het socialisatieproces herkennen en beschrijven; ML1/K/4/5c — De kandidaat kan de rol van onderwijs (als socialiserende instantie) beschrijven in de ontwikkeling van een mens als lid van de samenleving.
Weten welke discussie er is rondom aangeboren en aangeleerde eigenschappen. Uitleggen hoe mensen zich aanpassen aan de samenleving door middel van het socialisatieproces. Uitleggen welke rol socialiserende instituties hebben in het socialisatieproces.
Aangeboren eigenschappen Aangeleerde eigenschappen
3. Cultuur
ML1/K/4/5b — De kandidaat kan uitleggen dat mensen bij een subcultuur (willen) horen en dat elke subcultuur invloed heefet op het gedrag en socialisatieproces;
Weten wat cultuur is en hierbij voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen waarom mensen bij een (sub)cultuur willen horen. Uitleggen waarom cultuuroverdracht een belangrijk onderdeel is van het socialisatieproces.
Feestdag Gewoonte Omgangsvormen Socialisatie Cultuuroverdracht Waarde Socialiserende institutie Dominante cultuur Internalisatie Cultuur Tradities Norm Subcultuur
4. Multiculturele samenleving
1.4 het functioneren als democratisch burger in een multiculturele samenleving, ook in internationaal verband.
Uitleggen dat Nederland een multiculturele samenleving is. Weten welke redenen voor migratie er zijn. Uitleggen welke rol de overheid heeft bij de integratie van migranten.
Feestdag Multiculturele samenleving Migranten Cultuur Discriminatie Integratie
5. Sociale ongelijkheid
ML1/K/5/7a — De kandidaat kan met voorbeelden beschrijven wat sociale verschillen zijn en hoe die veroorzaakt worden, en beschrijven/uitleggen hoe de plaats van een mens op de maatschappelijke ladder kan veranderen (sociale mobilitei ML1/K/5/7c — De kandidaat kan overheidsbeleid ten aanzien van sociale ongelijkheid beschrijven en verklaren.
Weten hoe een maatschappelijke positie tot stand komt. Uitleggen wat vooroordelen zijn en hoe deze tot discriminatie kunnen leiden. Weten welke minderheidsgroepen er zijn.
Kansarm Kansrijk
6. Gelijke kansen
ML1/K/7/11b — De kandidaat kan beschrijven hoe men uitingen van vooroordelen en discriminatie tegemoet kan treden vanuit het beginsel van gelijkwaardigheid en respect;
Uitleggen hoe iemand kan veranderen van maatschappelijke positie. Uitleggen wat de overheid doet aan het bestrijden van sociale ongelijkheid. Uitleggen hoe we door middel van gelijkwaardigheid met elkaar kunnen samenleven.
Kansarm Vooroordeel Gelijkwaardig Samenleven Sociale mobiliteit Maatschappelijke positie Kansrijk Discriminatie Sociale ongelijkheid Tolerantie
Praktische opdrachten
Analyse: Etnisch profileren
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven.
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten. Uitleggen wat de vier invalshoeken bij een maatschappelijk vraagstuk zijn.
Waarde Discriminatie
Kijken: Het Grote Hokjesexperiment
ML1/K/7/10c — De kandidaat kan voorbeelden noemen van vooroordelen en discriminatie, beschrijven hoe deze ontstaan en aangeven wat er tegen te doen is
Uitleggen wat vooroordelen zijn. Uitleggen hoe vooroordelen discriminatie veroorzaken. Uitleggen welke invloed vooroordelen hebben op mensen waar veel vooroordelen over zijn.
Feestdag Vooroordeel Dominante cultuur Cultuur Discriminatie Tradities Norm Sociale ongelijkheid Subcultuur
Maken: Culturenkalender
ML1/K/4/4b — De kandidaat kan uitleggen dat mensen bij een subcultuur (willen) horen en dat elke subcultuur invloed heeft op het gedrag
Uitleggen dat iedere cultuur andere cultuurkenmerken heeft.
Feestdag Cultuur
Doen: Oma/opa, mam/pap en jij?
ML1/K/4/5b — De kandidaat kan uitleggen dat mensen bij een subcultuur (willen) horen en dat elke subcultuur invloed heefet op het gedrag en socialisatieproces;
Uitleggen dat iedere generatie een ander socialisatieproces heeft.
Socialisatie Cultuur

Politiek

⋮⋮Les ⋮⋮Onderwijsdoelen ⋮⋮Leerdoelen ⋮⋮Begrippen ⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. Wat is politiek?
ML1/K/6/9a — De kandidaat kan vormen van macht en machtsmiddelen herkennen, beschrijven en verklaren
Weten wat politiek is. Uitleggen hoe de macht in Nederland is verdeeld. Uitleggen dat de Grondwet belangrijk is voor een rechtsstaat.
Regering Parlement
2. Democratie
ML1/K/6/9c — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen, herkennen en toelichten.
Weten welke rol burgers spelen in een democratie. Weten welke bestuurslagen we in Nederland hebben. Uitleggen dat we in Nederland een parlementaire democratie hebben.
Algemeen belang Parlement Democratie Volksvertegenwoordigers Rechtsstaat Macht hebben Regering Politieke besluitvorming Parlementaire democratie Minister Kabinet Tweede Kamer Politiek Bestuurslaag
3. Politieke partijen
ML1/K/6/9c — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen, herkennen en toelichten.
Weten wat een politieke partij is en hierbij voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen wat de kenmerken zijn van politieke partijen. Uitleggen hoe we politieke partijen indelen op politieke richting.
Progressief Conservatief Links Rechts Liberalisme Sociaaldemocratie Christendemocratie Ecologische stroming Nationalisme
4. Kabinet en parlement
ML1/K/6/9c — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen, herkennen en toelichten.
Weten wat de taken van kabinet en parlement zijn. Weten wat het verschil is tussen coalitie en oppositie. Uitleggen waarom het kabinet het parlement nodig heeft.
Parlement Coalitie Democratie Ministerie Volksvertegenwoordigers Grondwet Regering Staatssecretaris Ambtenaar Minister-president Oppositie Minister Fractie Eerste Kamer Kabinet Tweede Kamer Progressief Politiek Politieke partij
5. Hoe komt een wet tot stand?
ML1/K/6/9c — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen, herkennen en toelichten.
Weten welke rol ambtenaren spelen bij politieke besluitvorming. Uitleggen hoe we in Nederland regels en wetten maken. Uitleggen waarom in Nederland er vaak een compromis nodig is.
Compromis Parlement Coalitie Ministerie Politieke agenda Volksvertegenwoordigers Regering Staatssecretaris Politieke besluitvorming Minister Eerste Kamer Kabinet Tweede Kamer Politiek Politieke partij
6. Invloed op de politiek
ML1/K/6/9c — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen, herkennen en toelichten.
Weten hoe mensen invloed kunnen uitoefenen op de besluitvorming en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Weten wat belangengroepen zijn en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Weten welke machtsmiddelen er zijn en hiervan voorbeelden kunnen noemen.
Recht Politieke besluitvorming Tweede Kamer Belangengroep Politiek Lobbyen Politieke partij
Quiz: Welke politicus ben jij?
ML1/K/6/9c — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen welke mogelijkheden burgers hebben om invloed uit te oefenen op de politiek, en kenmerken van een parlementaire democratie noemen, herkennen en toelichten.
Recht Progressief Politiek
Praktische opdrachten
Analyse: Klimaatverandering
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven.
Weten wat de kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Uitleggen waarom de overheid maatregelen neemt tegen klimaatverandering. Uitleggen wat de vier benaderingswijzen bij een maatschappelijk vraagstuk zijn. Uitleggen wat jij vindt dat de overheid moet doen tegen klimaatverandering.
Recht Verkiezingsprogramma Plicht Regering Kabinet Politiek Politieke partij
Kijken: Nederland Polderland
Uitleggen uit welke fases het politieke besluitvormingsproces bestaat. Weten wat een compromis is. Toelichten dat politici niet altijd hun beloften kunnen nakomen.
Compromis Kabinet Tweede Kamer Politiek Politieke partij
Maken: Partijenkwartet
Uitleggen hoe we politieke partijen indelen op politieke richting.
Recht Conservatief Passieve overheid Actieve overheid Progressief Politiek Politieke partij
Doen: Je eigen partij
Uitleggen hoe we politieke partijen indelen op politieke richting en stroming. Uitleggen dat politieke partijen mensen proberen te overtuigen van hun standpunten.
Recht Conservatief Progressief Politiek Politieke partij

Mediawijs

⋮⋮Les ⋮⋮Onderwijsdoelen ⋮⋮Leerdoelen ⋮⋮Begrippen ⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. Massamedia
Media doorgronden. Functies van de media. Rol van media op terrein van democratische besluitvorming.
Weten wat communicatie is en hierbij voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen wat het verschil is tussen media en massamedia. Weten welke functies media hebben en hierbij voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen wat medialisering is en hiervan voorbeelden kunnen noemen.
Medium Socialiserende functie Journalist Informatiefunctie Agendafunctie Meningsvormende functie Massamedia Media Infotainmentfunctie Medialisering Amusementsfunctie
2. Journalistiek
Media doorgronden. 3.1 informatie beoordelen op betrouwbaarheid, representativiteit en bruikbaarheid, informatie verwerken en benutten. Rol van media op terrein van democratische besluitvorming. Overheid en media.
Uitleggen welke rollen er in de journalistiek zijn. Uitleggen waarom journalistiek belangrijk is in onze samenleving. Uitleggen wat persvrijheid is.
Journalist Verslaggever Redactiemedewerker Persbureaumedewerker
3. Medialandschap
Media doorgronden. Overheid en media.
Weten hoe het medialandschap van Nederland in elkaar zit. Uitleggen hoe commerciële media hun geld verdienen. Uitleggen dat media zich richten op doelgroepen en hiervan voorbeelden kunnen noemen.
Nederlandse Publieke Omroep (NPO) Commerciële omroepen
4. Jouw data op het internet
Reflecteren op mediagebruik.
Uitleggen waarom jouw data op het internet van belang zijn voor mediabedrijven. Weten wat selectieve waarneming is. Weten wat een filterbubbel is. Weten hoe selectieve waarneming en een filterbubbel kunnen leiden tot complottheorieën.
Nepnieuws Journalist Doelgroep Algoritme Privacy Rolpatroon Massamedia Filterbubbel Media Selectieve waarneming Cookie Complottheorie
5. Beeldvorming
ML1/K/7/10d — De kandidaat kan van een bepaald sociaal probleem beschrijven hoe de beeldvorming erover tot stand komt/gekomen is. ML1/K/7/10b — De kandidaat kan uitingen van vooroordelen en beeldvorming ten aanzien van mannen en vrouwen in de samenleving herkennen en benoemen ML1/K/7/11a — De kandidaat kan aangeven dat selectieve waarneming een rol speelt in het proces van beeld- en meningsvorming;
Weten dat beeldvorming door de media een rol speelt in onze samenleving. Uitleggen wat rolpatronen en stereotypen zijn en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen hoe de media discriminatie kunnen versterken. Uitleggen hoe je vooroordelen en stereotypen kunt herkennen en tegengaan.
Journalist Vooroordeel Discriminatie Beeldvorming Rolpatroon Media Selectieve waarneming Stereotype
6. Omgaan met media
1.6 de maatschappelijke betekenis van technologische ontwikkeling, waaronder met name moderne informatie- en communicatietechnologie. 1.8 de verworvenheden en mogelijkheden van kunst en cultuur, waaronder ook de media. Media doorgronden. Reflecteren op mediagebruik.
Weten welke vervelende persoonlijke gevolgen medialisering kan hebben en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Herkennen wanneer een bron wel of niet betrouwbaar is. Uitleggen welke gevaren er schuilen in kunstmatige intelligentie.
Nepnieuws Journalist Beeldvorming Kunstmatige intelligentie Media Selectieve waarneming Persvrijheid Medialisering Burgerjournalistiek
Praktische opdrachten
Analyse: Online privacy
ML1/K/3/3a — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk principes en procedures van de benaderingswijze van het vak maatschappijleer toepassen;
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten. Uitleggen wat de vier invalshoeken bij een maatschappelijk vraagstuk zijn.
Privacy Media Cookie
Kijken: De Dikke Datashow
ML1/K/7/11a — De kandidaat kan aangeven dat selectieve waarneming een rol speelt in het proces van beeld- en meningsvorming;
Weten welke vervelende persoonlijke gevolgen medialisering kan hebben. Weten dat beeldvorming door de media een rol speelt in onze samenleving. Weten welke functies media hebben.
Socialiserende functie Beeldvorming Publieke omroep Doelgroep Meningsvormende functie Media Medialisering
Maken: NieuwsVandaag
Uitleggen hoe een nieuwsbericht wordt gemaakt.
Journalist Doelgroep
Doen: DIY Infotainmentvlog
Uitleggen wat infotainment is.

Criminaliteit

⋮⋮Les ⋮⋮Onderwijsdoelen ⋮⋮Leerdoelen ⋮⋮Begrippen ⋮⋮Portfolio-opdracht
Inhoudsopgave
1. Wat is criminaliteit?
ML1/K/6/9b — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen hoe regels het samenleven van mensen mogelijk maken
Uitleggen wat het verschil is tussen overtredingen en misdrijven en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen wat het verschil is tussen immateriële gevolgen en materiële gevolgen. Uitleggen wat de kenmerken zijn van veelvoorkomende criminaliteit en hier voorbeelden bij noemen. Uitleggen dat criminaliteit een maatschappelijk vraagstuk is.
Overtredingen Misdrijven Materiële gevolgen Immateriële gevolgen
2. Redenen voor criminaliteit
ML1/K/5/7b — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen dat mensen vanuit hun maatschappelijke posities belangen hebben en hoe daardoor conflicten kunnen ontstaan;
Uitleggen welke risicofactoren een rol spelen bij het ontstaan van strafbaar gedrag. Uitleggen welke beschermende factoren een rol spelen bij het tegengaan van strafbaar gedrag. Weten dat de meeste criminaliteit gepleegd wordt door jongeren.
Openbaar Ministerie Regel Criminaliteit Proces-verbaal
3. De rechtsstaat
ML1/K/6/9a — De kandidaat kan vormen van macht en machtsmiddelen herkennen, beschrijven en verklaren
Weten welke rechtsbescherming je hebt in een rechtsstaat. Weten waarom de scheiding van machten belangrijk is in een rechtsstaat. Weten welke rechten een verdachte heeft.
Wetgevende macht Uitvoerende macht Rechterlijke macht
4. De politie en de officier van justitie
8.2.3 de rechtspraak in de Nederlandse rechtsstaat.
Weten welke taken de politie heeft en hierbij voorbeelden kunnen noemen. Weten welke taken de officier van justitie heeft en hierbij voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen hoe een officier van justitie een strafbaar feit kan afhandelen.
Openbaar Ministerie Rechtsbescherming Overtreding Regel Strafbeschikking Vervolgen Criminaliteit Seponeren Schikken Officier van justitie Proces-verbaal
5. Een rechtszaak
8.2.3 de rechtspraak in de Nederlandse rechtsstaat. 8.5 De kandidaat kan de doelen van straffen en maatregelen onderscheiden.
Weten welke verschillende rechters er zijn. Weten hoe een rechter tot zijn vonnis komt. Uitleggen hoe een rechtszaak in zijn werk gaat.
Kantonrechter Politierechter Meervoudige kamer Gerechtshof Hoge Raad
6. Jeugdcriminaliteit
ML1/K/5/7c — De kandidaat kan overheidsbeleid ten aanzien van sociale ongelijkheid beschrijven en verklaren.
Weten wat ondermijning is. Uitleggen wat het jeugdstrafrecht is. Weten wat het doel van bureau Halt is.
Openbaar Ministerie Regel Vervolgen Halt-straf Criminaliteit Jeugdstrafrecht Ondermijning
Praktische opdrachten
Analyse: Gedoogbeleid
ML1/K/3/3b — De kandidaat kan met betrekking tot een maatschappelijk vraagstuk een standpunt innemen en hier argumenten voor geven.
Uitleggen wat de vier kenmerken van een maatschappelijk vraagstuk zijn. Weten hoe je een standpunt moet innemen met behulp van argumenten. Uitleggen wat de vier invalshoeken bij een maatschappelijk vraagstuk zijn.
Regel Criminaliteit
Kijken: Danny op straat
Weten wat het verschil is tussen overtredingen en misdrijven en hiervan voorbeelden kunnen noemen. Uitleggen welke factoren de kans op strafbaar gedrag vergroten of verkleinen. Weten welke rol media spelen bij criminaliteit.
Overtreding Misdrijf Criminaliteit
Maken: Preventieposter
Weten dat preventie een taak van de politie is. Uitleggen hoe je een vorm van criminaliteit kan voorkomen.
Criminaliteit
Doen: Interview over criminaliteit
ML1/K/5/7b — De kandidaat kan beschrijven en uitleggen dat mensen vanuit hun maatschappelijke posities belangen hebben en hoe daardoor conflicten kunnen ontstaan;
Uitleggen hoe de door jouw geïnterviewde persoon een aandeel heeft in het bestrijden van criminaliteit.
Criminaliteit Officier van justitie