1. Regels respecteren
Verantwoording Methode M – Burgerschap, onderbouw havo
Kolommen
Exporteer
| ⋮⋮Les | ⋮⋮Onderwijsdoelen | ⋮⋮Leerdoelen | ⋮⋮Portfolio-opdracht |
|---|---|---|---|
19A — De leerling toont inzicht in het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat.
20A — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om democratisch te handelen |
Ik kan een aantal geschreven en ongeschreven regels in Nederland uitleggen.
Ik kan vier belangrijke wetten uit de Grondwet benoemen.
Ik kan de regels in de klas opnoemen.
Ik kan me aan de regels in de klas houden. |
Klassenregels in actie! (45 minuten) |
|
2. Sociale media afspraken maken |
18A — De school stimuleert sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen. |
Ik denk na over wat ik wel of niet deel op sociale media.
Ik denk na over mijn eigen gedrag in een groepsapp.
Ik kan uitleggen wat wel en niet kan in een groepsapp.
Ik kan me houden aan de afspraken in de klassenapp. |
Afspraken voor de klassenapp (20 minuten) |
3. Een verkiezing organiseren |
20A — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om democratisch te handelen
20B — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om bij te dragen aan de samenleving. |
Ik kan het verschil uitleggen tussen verkiezingen voor de gemeente, provincie, land en Europese Unie.
Ik kan benoemen wat de invloed van politiek op mijn leven is.
Ik kan beschrijven hoe verkiezingen in Nederland verlopen.
Ik kan een verkiezing in de klas organiseren. |
Verkiezing voor klassenvertegenwoordiger! (40 minuten) |
4. Meningen verschillen |
20A — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om democratisch te handelen |
Ik kan uitleggen wat een meningsverschil is.
Ik kan uitleggen wat een goed argument is.
Ik kan goede argumenten bedenken bij een standpunt in een debat.
Ik kan luisteren naar argumenten van anderen in een debat. |
Voer een debat! (35 minuten) |
5. Voor jouw belangen opkomen |
20B — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om bij te dragen aan de samenleving. |
Ik kan uitleggen wat een belang is.
Ik kan uitleggen dat belangen voor iedereen anders kunnen zijn.
Ik kan bij verschillende belangen meedenken over een oplossing.
Ik kan in een overleg met anderen voor mijn belang opkomen. |
Burgers in beraad! (40 minuten) |
6. Waarden vergelijken |
19B — De leerling verkent en reflecteert op hoe die kan omgaan met diversiteit in de samenleving. |
Ik kan twee voorbeelden noemen van waarden en normen.
Ik kan uitleggen wat cultuur met waarden te maken heeft.
Ik kan uitleggen dat waarden en normen verschillend kunnen zijn.
Ik kan een persoonlijke waardenkaart maken. |
Jouw waardenkaart! (30 minuten) |
7. Democratie oefenen |
19A — De leerling toont inzicht in het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat. |
Ik kan uitleggen wat vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit betekenen.
Ik kan uitleggen op welke manier we rekening kunnen houden met de minderheid van de mensen.
Ik kan een mening vormen over situaties waarin vrijheid, gelijkwaardigheid en solidariteit botsen met elkaar.
Ik kan me inleven in mensen die andere kernwaarden hebben dan ikzelf. |
Dilemma's voor de leerlingenraad! (35 minuten) |
8. Actievoeren |
20B — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om bij te dragen aan de samenleving. |
Ik kan uitleggen waarom actievoeren soms nodig is.
Ik kan meerdere manieren beschrijven om actie te voeren.
Ik kan uitleggen wat de rechten en plichten van de gemeente en de burgers zijn.
Ik kan uitleggen hoe ik een handtekeningenactie organiseer. |
Organiseer een handtekeningenactie! (90 minuten) |
9. Macht uitoefenen |
20A — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om democratisch te handelen |
Ik kan de verschillen zijn tussen een democratie en een dictatuur benoemen.
Ik kan uitleggen wat de scheiding der machten is.
Ik kan zelf macht uitoefenen op de politiek.
Ik kan de scheiding der machten naspelen. |
Speel het machtenspel! (35 minuten) |
10. Vraagstukken verkennen |
20B — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om bij te dragen aan de samenleving. |
Ik kan uitleggen wat een maatschappelijk vraagstuk is.
Ik kan voorbeelden noemen van een maatschappelijke vraagstukken.
Ik kan een eigen mening vormen over een maatschappelijk vraagstuk.
Ik kan een oplossing bedenken voor het duurzaamheidsvraagstuk. |
Van plastic naar kunst! (30 minuten) |
11. Besluiten nemen |
20A — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om democratisch te handelen |
Ik kan verwoorden hoe je invloed kan hebben op een besluit.
Ik kan uitleggen hoe een besluit in Nederland tot stand komt.
Ik kan voorbeelden geven van regels en afspraken die belangrijk zijn bij besluitvorming.
Ik kan reflecteren op mijn eigen ervaringen met inspraak en besluitvorming. |
Mijn beste en slechtste beslissing! (35 minuten) |
12. Mensenrechten beschermen |
19A — De leerling toont inzicht in het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat. |
Ik kan uitleggen wat mensenrechten zijn.
Ik kan voorbeelden noemen van internationale organisaties die de mensenrechten beschermen.
Ik kan verwoorden waarom mensenrechten belangrijk zijn voor een democratische rechtsstaat.
Ik kan een mindmap maken over mensenrechten in mijn eigen leven. |
Mindmap maken! (15 minuten) |
13. Nepnieuws herkennen |
18A — De school stimuleert sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen. |
Ik kan uitleggen wat nepnieuws is.
Ik kan drie kenmerken van nepnieuws opnoemen.
Ik kan op vijf manieren controleren of nieuws betrouwbaar is.
Ik kan zelf een nepnieuwsbericht maken. |
Maak je eigen nepnieuws! (35 minuten) |
14. Groepsdruk stoppen |
18A — De school stimuleert sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen. |
Ik kan groepsdruk herkennen.
Ik kan uitleggen dat het lastig is om nee te zeggen.
Ik kan helpen om pesten te voorkomen.
Ik kan een poster maken met drie tips tegen pesten. |
Posters tegen pesten! (20 minuten) |
15. Ruzies oplossen |
19A — De leerling toont inzicht in het belang van basiswaarden van de democratische rechtsstaat. |
Ik kan uitleggen dat ruzie bij het leven hoort.
Ik kan uitleggen dat mensen verschillend op ruzie reageren.
Ik kan uitleggen dat het belangrijk is om beide partijen in een ruzie te horen.
Ik kan een ruzie oplossen door me te verplaatsen in de ander. |
Ruzie oplossen! (25 minuten) |
16. Sorry zeggen |
18A — De school stimuleert sociale en maatschappelijke competenties van leerlingen. |
Ik kan uitleggen dat ik soms sorry moet zeggen.
Ik kan vier dingen opnoemen die belangrijk zijn bij sorry zeggen.
Ik kan op een goede manier sorry zeggen.
Ik kan me inleven in de ander. |
"Het spijt me" zeggen! (40 minuten) |
17. Iets voor een ander doen |
20B — De leerling verkent en reflecteert op mogelijkheden om bij te dragen aan de samenleving. |
Ik kan twee voorbeelden geven van sociaal zijn.
Ik kan twee voorbeelden geven van mensen die hulp nodig hebben.
Ik kan twee vrijwilligersorganisaties noemen die mensen helpen.
Ik kan een presentatie maken over een vrijwilligersorganisatie. |
Presenteer een vrijwilligersorganisatie! (25 minuten) |
18. Vooroordelen onderzoeken |
19B — De leerling verkent en reflecteert op hoe die kan omgaan met diversiteit in de samenleving. |
Ik kan uitleggen wat een vooroordeel is.
Ik kan uitleggen dat vooroordelen tot discriminatie kunnen leiden.
Ik kan in een gegeven situatie discriminatie herkennen.
Ik kan reflecteren op mijn eigen vooroordelen. |
Vooroordelen onderzoeken! (40 minuten) |
19. Jezelf zijn |
19B — De leerling verkent en reflecteert op hoe die kan omgaan met diversiteit in de samenleving. |
Ik kan uitleggen dat het niet uitmaakt hoe iemand eruitziet.
Ik kan in eigen woorden vertellen wat genderneutraal opvoeden is.
Ik kan uitleggen wat LHBTI betekent.
Ik kan omschrijven wat een GSA doet. |
Interview iemand van de GSA-groep! (40 minuten) |
20. Er anders uitzien |
19B — De leerling verkent en reflecteert op hoe die kan omgaan met diversiteit in de samenleving. |
Ik kan uitleggen dat mensen er anders uitzien.
Ik kan uitleggen dat in hokjes denken kan leiden tot vooroordelen.
Ik kan uitleggen wat gelijkwaardigheid is.
Ik kan mezelf laten zien met behulp van een zelfportret. |
Zelfportret maken! (40 minuten) |